Achttien

Ze werd achttien die dag en had al een aantal rijlessen achter de rug. Ik was bezig haar cadeau te halen: een knalrode Panda. Door mensen van de garage aan de overkant van boven tot onder helemaal ingepakt in cadeaupapier. Met een opgeslagen klepje om tenminste iets te kunnen zien bij het oversteken van de Straatweg. Dat voelde toch een beetje onzeker aan: helemaal zonder uitzicht naar achteren en opzij overgelaten zijn aan de instructies van anderen. In m'n eentje achter het stuur.
Maar het was mijn eigen idee geweest om het zo te doen. Helemaal niemand wist hiervan. Behalve Rietje dan natuurlijk. Die had ze allemaal nog even thuis gehouden. En Renske was er ook. Vanwege de taart met achttien kaarsjes. En het lang-zal-ze-leven. Alleen ik was al naar Terra Nova. Jammer, maar dat ging ditmaal echt wel voor. Vanwege een presentatie. Zogenaamd.
Zeven februari 1985. Tot nu toe had niemand van ons allemaal zo uitbundig zijn of haar verjaardag kunnen vieren. Ook Rik niet. Die tobde nog heel erg met zijn evenwicht. Maar voor Ludy betekende dit wéér een stapje vooruit. Ook op de weg naar verwerking, aanpassing en zelfstandigheid. Met haar moeder, haar broer, mij als voogd en nog vier anderen. Vandaar ook dat grote huis. Met elk een eigen kamer boven. Maar die van Rietje en mij beneden.
Onze slaapkamer lag aan de achterzijde van het huis. Met voor ons gevoel slechts een paar meter tuin tussen huis en fietspad langs de Straatweg van Breukelen naar Maarssen. Daar waar die het oude dorp binnen komt. Geen ideale kant om ongestoord te kunnen slapen nu ik er weer aan terug denk. Met al die honderden auto's per dag die daar afremmen en weer optrekken. Maar de muren en en ramen waren extra dik en optimaal geïsoleerd. Tot en met de nok van het met pannen belegde dak.
Het strookje tuin stond vol met dichte, geluiddempende struiken en had zelfs een vijvertje met een bankje en een vissende kabouter voor de show. Iemand had hem oorkleppen cadeau gedaan. Voor het geval hij 's nachts bij volle maan ooit écht tot leven kwam en toch een vis ving.
Maar alles went als het anders niet kan. Ons leven was één grote rollercoaster in die tijd. Met sedert acht december twee gebroken gezinnen in één huis. En met iedereen zijn of haar eigen bezigheden daarbuiten. Op werk, naar school of op een sportclub. Met vrienden en vriendinnen in de driehoek Utrecht, Breukelen en Vleuten de Meern. Waarbinnen Maarssen lag en ook nog het nieuw ontwikkelde Maarssenbroek. Met een station, sportaccomodaties en een overdekt winkelcentrum van twee verdiepingen: "Bisonspoor".
"Ja, nu kan het. Hou het stuur recht en geef maar een heel klein beetje gas."
Ik kon zelf niet eens goed zien of ik al bij het fietspad aan onze kant was aangekomen.
Niks voor mij om de controle zo uit handen te geven. Maar het kon niet anders. De Grote Verrassing voor haar verjaardag. Als voorloper op haar rijbewijs dat ze heel binnenkort wel zou halen. Er liep ook nog iemand voor de auto uit. Hem kon ik redelijk goed zien en hij gebaarde een wijde bocht naar links. Ik reed nu dus langzamer dan stapvoets op het fietspad. Dan zou hij na een meter of vijftien weer naar rechts af moeten buigen. En dat klopte. Want de stem links naast me, door het papier niet zichtbaar maar via het neergedraaide glas wel goed te horen, gaf mij duidelijk aan:
"...en nu langzaam de bocht naar rechts. De Abel Tasmanlaan in."
Nog een keer naar rechts en dan drie van die grote huizen verder daar woonden wij. Ons woonerf was zo breed als het hele huis. Nu moest "het cadeau" toch wel in het zicht zijn gekomen van degenen die zich in de grote woonkamer bevonden. Ik zette de motor af en wachtte, want de linker autodeur was op het laatst mee ingepakt. En met tape weer dichtgeplakt. Ik moest dus door de jarige worden bevrijd.
Dat duurde gelukkig niet zo lang want ook een ingepakte auto blijft volledig herkenbaar als auto.
Iedereen was kennelijk stomverbaasd en kwam even later, gedempt door elkaar heen pratend, naar buiten.
"Vooruit Lubke, pak je cadeau eens uit. Dan kan de chauffeur naar buiten. Want die wil ik wél terug."
Dat was de stem van Rietje. Die zou ik uit duizenden hebben herkend.
De verrassing was duidelijk compleet en iedereen straalde nog steeds totaal onverwachte verbazing uit. Nog geen dag achttien en dan meteen al een eigen auto. Dus vrijheid om nergens meer naartoe te hoeven worden gebracht. Of opgehaald. Ook niet meer op de fiets door regen of wind. Want een auto is veel meer dan een doos op wielen met een motor.
Ludy ontdekte nu pas wie de chauffeur was en begreep dat ik helemaal geen presentatie had gehad. Ze vloog eerst haar moeder om de hals en daarna ook mij.
"Jij ook dankjewel, papsadje, dankjewel maar ik mag zelf nog niet rijden, hè. Eerst m'n rijbewijs."
"Als vanmiddag de spitsdrukte voorbij is en jij terug uit school, dan gaan we samen naar dat grote parkeerterrein in Breukelen daar aan het water. En dan kun je zelf wat rijden en sturen. Want onder toezicht mag dat wel. En morgen ga je weer verder met lessen zover ik weet. Misschien mag je dan je examen al wel aanvragen."
Ik kreeg een extra kus op m'n wang. En daar was ze echt nooit scheutig mee.
"Kan dat van vanmiddag echt wel? Ik bedoel: moet je niet werken vandaag?"
"Ik heb om elf uur wel even een afspraak, maar kom terug voordat jij uit school bent. Als je zegt hoe laat dan kom ik je daar wel even ophalen. Maar dan wel regelrecht van Terra. Met mijn eigen auto. Hoe laat ben je vrij vandaag?"
"Om tien over drie…"
"Ik zal proberen er op tijd te zijn."
Ik kreeg nog een aai en ging binnen met Rietje aan de koffie want daar was ik wel aan toe. De rest bleef nog buiten om het rode monstertje verder te bewonderen. Onder toezicht van Rik. Die ik de sleuteltjes in z'n hand had gedrukt. Ook weer zo'n stukje blijk van vertrouwen. Hij stak ze veiligheidshalve in z'n zak. Dat had ik gelukkig wel gezien.
Rietje beloonde me met m'n eerste kop koffie en een stuk taart als ontbijt terwijl ze zei:
"Dat was nog eens een verrassing. Kennelijk had niemand zoiets verwacht. Ze vielen helemaal stil toen dat rare ingepakte ding hier het terrein op reed."
"Toch was het volkomen logisch lieverd. Rik een auto dan Ludy ook."
"Ik hoop maar dat ze er voorzichtig mee is als ze straks haar rijbewijs heeft."
"Ludy wel denk ik. Die laat zich niet gek maken."
"Nee, dat is zo. Maar ik zal er toch op aandringen dat ze er de eerste weken nog niet mee naar school gaat. Meteen de stad in vind ik als moeder niet zo'n goed idee."
"Nee, daar heb je misschien wel gelijk in. Je rijdt zelf ook niet graag in Utrecht voorzover ik nu weet."
"Een auto is makkelijk om je te verplaatsen, maar zonder stuurbekrachtiging is het hard werken in mijn BMW."
Er zat meer achter die opmerking. Dat begreep ik wel. Ze deed zich gezonder voor dan ze in werkelijkheid was. En nu dat grote gezin ook nog. Ze was er zelf mee gekomen. Maar af en toe vroeg ik me af of dat wel verstandig was geweest. Ze had tenslotte sowieso al een jaar niet mogen werken na die grote operatie. En zou dat ook de komende maanden nog niet mogen van professor Jansen, haar specialist.
"Daar denken de jongens kennelijk anders over. Die lenen jouw auto om de haverklap."
"In het weekend bedoel je? Wees blij, dan hoef jij ze niet langer te brengen en zo laat weer op te halen. En dan kunnen wij misschien ook eens een paar nachten echt doorslapen…"
7 februari 1985
NB. Over 30 jaar weet Ludy hier niks meer van. Gek hè...?
