POE… POE…

03-03-2026

Beste Frits,

Ze hebben me weer gevraagd om een stukje te schrijven. Columns deed ik al een tijdje, maar nu gaat het om een min of meer vaste rubriek met wetenswaardigheden van en voor Medelanders die hier al permanent wonen of op z'n minst zo slim zijn aan de Costa te overwinteren. Als de televisie-weermannen via de Satelliet hìer hetzelfde beweren als via de kabel dáár, dan hebben jullie dit voorjaar rillend en snotterend zwaar moeten afzien, terwijl wij met onze giecheltjes zalig in de zon zaten...

Misschien vraag je je nu af waarom ik dan verhaaltjes zit te schrijven, terwijl er hier zoveel anders valt te genieten. Welnu, dat heeft iets te maken met ontwenningsverschijnselen. Sommige werkzaamheden verweven zich in meer dan dertig jaar dusdanig met je leven, dat je er ook na de VUT, AOW, Lijfrente of Fondspensioen niet mee kunt stoppen. Niet voordat dokter Alzheimer je op de schouder tikt althans. Dus waarschuw me even als m'n teksten het bedenkelijke reclameniveau van een inlegkruisje benaderen. Jij bent immers één van degenen, die weten voor welke kwaliteit aan proza jullie gewoonlijk plachten te betalen? En nogal goed ook. Dus je zult er ongetwijfeld nog veel méér aan hebben verdiend. Dat is trouwens nooit een geheim geweest (ik kan ook beursberichten lezen).

Misschien vraag je je af of het schrijven van dit soort stukjes niet hemelsbreed verschilt van wat ik 'vroeger' computerde of uit m'n pen wrong. Ja en nee. Ten eerste deed ik stiekem al heel lang aan niet-commerciële schrijverij. En ten tweede betekent in opdracht schrijven, dat je tòch uit vrije wil aan een leiband loopt. Soms zelfs van eigen makelij. Zo van: "dàt is het doel en dìt zijn de argumenten. Sfeer en stijl svp aanpassen aan de wensen van de opdrachtgever en de doelgroep." In die volgorde. Geloof me: veel schrijvers, die met uitgevers werken zijn zwaarder geketend.

Over 't algemeen aanzienlijk slechter gehonoreerde journalisten willen zich nog wel eens laatdunkend uitlaten over reclame en de makers daarvan. Maar dat is kinnesinne van het zuiverste water. Bovendien leven ze zelf voor minstens de helft van advertentie-inkomsten. En degenen die de roddelbladen vullen, noemen zich ook journalist. Dus het bestaan van dubieuze reclamemakers mag evenmin bepalend zijn voor het ethisch gehalte van dàt vak. Ik heb me tenminste nooit laten overhalen om te werken voor bijvoorbeeld wasmiddelen (te stupide), tampons (geen plaats voor) of sigaretten (zelf gerookt hebben, is al ongezond genoeg). 

In een vrij land is het tenslotte niet verboden om weigeren te doen wat je niet aanstaat. Ergo: ik vertik het om na een niet onaardige loopbaan een boeiend vak tot financiële afgoderij te verklaren. In elk geval niet omdat het in de marge ook wordt bedreven door wat lieden wier gewetensabsentie zich wellicht laat vergelijken met die van destijds Henk van der Meijden en Hummie (Big Brother) van de Tonnekreek. 

Trouwens, legio inmiddels volledig gerehabiliteerde schrijvers zijn ook ooit begonnen als copywriter. Ik tik hier geen namen, omdat ik anders zou moeten noemen: E. Asser. M. Toonder, A.M.G. Schmidt, H. Geelen, D. en G. Frenckel Frank, H. P. de Boer en drs. P. Maar het zijn er nog veel en veel meer. En in dat copy-writen waren ze óók heel goed! Youp mag dan misschien een uitzondering zijn en zich ongelimiteerd hebben kunnen permitteren tegen de reclame aan te schoppen, maar hìj hoefde niet. Want toen hij begon betaalde pappie ongetwijfeld méér dan alleen z'n hockeycontributie. En dat scheelt een hoop als je jong en drie-hoog-achter je droomcarrière zit na te streven met toentertijd een ouwe Olivetti als enig gezelschap...

Om elk misverstand te voorkomen: zoals je weet, ben ik dol op goed cabaret. En Youp máákte goed cabaret. Alleen moest-ie d'r niet zo ongegeneerd bij vloeken. Dat had zo'n jongen toch niet nodig? Spaart -gelovig of niet- een hele boel blauwe tenen. Of zou Youp soms denken: "als 't niet schaadt, dan baadt 't niet..?"

Je hebt me ooit gevraagd of ik wellicht uit jaloezie zo graag cabaretteksten citeer. Kun je gelijk in hebben. Misschien is het qua schrijfervaring mogelijk om in de buurt te komen, maar de uitvoering, de 'performance'... nee, dat lukt me in geen honderd jaar. 

Sommige (overigens briljante) schrijvers, die dat wèl proberen, trouwens ook niet. Of je moet het leuk vinden om een uitgebleekte imitatie van Wim Kan bij te wonen. Dan wel te luisteren naar een (wegens bezuinigingen in de Zorg met tijdelijk verlof gestuurde) manisch depressieve doemdenker, die van z'n therapeut de keuze heeft gekregen: "òf Prozac vreten, òf Optreden!"

Maar er is minstens één duidelijke overeenkomst tussen goeie columns en voor het nageslacht te bewaren cabaretteksten. En dat is: zoveel mogelijk feiten en emoties over het voetlicht dragen zonder ook maar één woord teveel te gebruiken. Dus dat blijft schrijven en schrappen, schrappen en schrijven tot de ochtend gloort. Voor een tekst die pakweg 365 voorstellingen gebruikt gaat worden, is dat misschien niet onoverkomelijk. Maar voor een eenmalig gedrukt verhaaltje..?

Toon Hermans (de onbetwiste meester van de subtiele tekst) vroeg aan de bekende sexuoloog professor doctor Zaliger: "Dirk, hoe staat 't met de sex in Nederland?" De professor antwoordde: "Poe, poe...". Toon had als goed verstaander maar een half woord nodig en kortte dit dus in tot "Poe!". 

Je kent dat fragment wel. Maar als je er even over doordenkt, dan speelt Toon hier de rol van goochelaar, die het geheim van z'n eigen truc verklapt terwijl hij bezig is hem uit te voeren. En de mensen lachen, maar de truc áchter de truc ontgaat hen... Typisch Toon: een minimum aan woorden; een maximum aan op effect gerichte informatie.

Gelukkig heeft de redactie van dit nuttige, met geen ander te vergelijken weekblad me ontslagen van dat schrijf-schrap-schrijf-gedoe. En zij hebben mij zélfs toegezegd zelden of nooit in m'n teksten te zullen fröbelen. (Waar vind je dat nog, dames en heren collegae?!) Kennelijk in de hoop dat ik dan kans zie de frequentie op te voeren. In deze nieuwe rubriek mag ik dus naar hartelust zomaar wat van de hak op de tak zwammen. En, zoals u inmiddels hebt kunnen lezen, ben ik daar drie kolommen terug al mee begonnen! Leesbaar wellicht, maar 't hàd korter gekund.

Of, zoals Churchill ooit schreef: "Sorry, voor deze lange brief. Maar ik had geen tijd om een korte te schrijven."

Tot over een paar weken.

Philip


Share