Blindedarm Ontsteking

Wel eens met een schakelbak in z'n twee van Gorinchem naar Utrecht gereden? Ik wel. In het Opeltje Record van mijn vader op een donkere najaarsavond in '57. Ik had maar één hand om te sturen want mijn andere omarmde geruststellend mijn meisje dat veel pijn had en naar Utrecht moest. Normaal om in haar kamer daar te gaan slapen, maar dat zat er nu niet in. Er was al een ander bed voor haar opgemaakt.
Gelukkig hadden auto's in die tijd nog een doorlopende voorbank. Riemen waren er nog niet. Ze kromp liggend af en toe helemaal in elkaar en kreunde zacht. En kneep me dan, mijn bescherming zoekend, in mijn arm. Waarschijnlijk blindedarm. Acuut. Ze werd opgeleid en werkte daar waar ze nu ook naartoe moest. Het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Een betere bestemming kon je niet bedenken onder deze omstandigheden. Dat was een geruststellende gedachte.
Harder rijden dan onderin z'n drie kon toch niet op al die binnenwegen. En dan kon het ook wel bovenin de twee. De rest was een kwestie van gevoelig voetenwerk met gas en koppeling. Het Opeltje kon dat wel hebben voor een keer.
Deze melancholieke gedachte aan het toen, komt nu bijna 70 jaar later, ongevraagd bij me binnendrijven. Ze zou op 15 december ook 87 zijn geworden, maar ik kreeg een paar uur geleden een whatsapp dat ze vanmiddag om even na half vijf vredig was ingeslapen.
Naar me eerder was verteld had ze een niet bestrijdbare bacterie en dapper gekozen voor het ontlopen van een lange en pijnlijke lijdensweg. In haar beroep moet ze talloze patiënten door hun laatste uren hebben geholpen. Daar was ze ongetwijfeld goed en zorgzaam in geweest. Daar twijfel ik niet aan. Ik zou het niet kunnen. Zij wel. De ene kant van haar karakter was goed. Heel goed. Met de andere viel gewoon niet te leven. Ik heb dat volgehouden tot de jongste 12 was. 1982. Toen gaven de kinderen zelf het seintje dat het voor wat hen betreft genoeg was geweest. De oudste dochter deed het woord. Bij welke scheiding loopt de inleiding zo “harmonieus”? Geweldig toch? Ik ben hen nog altijd zielsdankbaar. Zij hebben hun moeder niet uitgekozen. Dat heb ik gedaan. Of het lot. En zo bleef het dus ook niet.
Dat is, of was, het vreemde van hun moeders’ - in mijn ogen schizofrene - karakter.
Toen ik ruim een week geleden hoorde dat dit er nog deze maand aan zat te komen dacht ik dat het me niets deed. Maar ondanks haar grenzeloze vijandigheid blijkt mijn brein (of is het toch toch mijn hart) de goede belevenissen niet te willen vergeten. Dat is goed. Want als je, in je herinnering, alles alleen maar slecht ziet dan eindig je in haat. En haat vertroebelt je handelen. Dat heb ik nooit gehad. Zij wel.
Het gekke is dat als ik nu aan haar denk, ik eigenlijk niet eens kwaad wordt. Maar des te meer op de mensen die het kennelijk leuk vinden om die gelogen nonsens over mij alsmaar door te vertellen. Misschien is dat wèl haten. Wat weten zij dat ik niet weet…
Het zal zo'n 29 jaar geleden zijn dat we elkaar voor het laatst gezien en gesproken hebben. Nadat ze me tot m'n verbazing gebeld had om onze oudste dochter op te halen voor wie ze zelf even niet kon zorgen. Vanwege een cursus stervensbegeleiding. Ik weet het nog precies. Dat waren drie fijne weken.
Maar haar moeder en ik leefden toen al minstens 5 jaar op voet van oorlog. Ik met datzelfde meisje waarmee ik in 1957 op weg was naar het AZU ìn Utrecht. Ze was de volgende ochtend al heel vroeg geopereerd. Door de professor zelf. Die was zuinig op talentvolle leerlingen.
Ik zou een boek kunnen schrijven over de goede en de minder goede dingen in een huwelijk dat de eindstreep nooit kon halen. Niemand weet precies waarom. Ik weet dat wel. Om eerlijk te zijn: dat boek heb ik lang geleden al geschreven. Van je afschrijven noemt men dat. En ik zal er zeker nog menig blogartikel aan toevoegen. Juist over de goede dingen. Dat hebben we alle zes verdiend. Maar de vraag van nu is elke dag weer: geef ik dat eerste boek wel of niet uit? Voor het antwoord op die vraag kan een blog dienen als testinstrument. Met een soort van feuilleton bijvoorbeeld. Elke dag, of elke week een hoofdstuk. Het zijn er tien om precies te zijn.
Het webadres ligt al klaar: www.weg-met-woke.nl
Zal ik wel of zal ik niet…?
