CISCA

08-06-2026


Ik heb Cisca weer gevonden. Niet echt hoor. Maar de balpen die ze 66 jaar geleden voor me kocht. En die ik in die tussenliggende jaren heb gebruikt om kilometers tekst, scripts en columns te schrijven. Totdat ik er echt niet meer onderuit kon: schrijven via het keyboard van mijn eerste onontkoombare Apple-tje. Dat was een doosje met een schermpje en een gleufje. Voor een schijfje genaamd floppydisc. Kortweg floppy. Daar stond ook alle software op en kon mijn tekst toch nog wel bij.

Er zouden nog een stuk of twintig Apple's volgen. Steeds grotere en technisch zwaardere. Elk jaar een nieuw model. Maar Cisca's pen had geen update nodig. Want die functie zat voor altijd in m'n brein. Jammer dat mijn "denkraam" zoals Marten Toonder het noemde, over een paar jaar ook op de schroothoop moet. Niet verhandelbaar op Marktplaats. Maar intussen heb ik nu de iMac op m'n bureau staan. Tussen hem en dat eerste doosje heeft zich een revolutie afgespeeld. De vijfde in het bestaan van de mensheid. De vierde begon met uitvinding van de stoommachine.

Cisca's pen ligt weer naast de muismat waar hij altijd lag. Omdat hij niet meer mee naar buiten mocht. Vanwege potentiële ontvreemding of verlies. En, o schrik, sinds mijn laatste verhuizing toch ontbrak.

Alles heb ik keer op keer ondersteboven gehaald. Ook wat nog geen vaste bestemming heeft. En dus nog in kartonnen dozen zit. In de berging. Maar geen chroomgrijze Parker balpen uit 1973. Van haar gekregen toen ik Cisca eindelijk uit het Radboud in Nijmegen mocht ophalen. Waar ze ruim acht maanden als het ware opnieuw in elkaar was gezet. Na een verschrikkelijk ongeluk. En in mijn eerste eigen kantoortje de telefoon ging: 


Oktober 1973

"U kent mij niet, maar ik ben een tante van Cisca". 
 "Ja, mevrouw?" 
 "U bent toch haar vroegere baas en u was toch ook getuige van haar huwelijk?"
 "Dat klopt, mevrouw. Dat ben ik." 
 Een tante van Cisca. Daar sprak ze wel eens over. Die heb ik ook op haar huwelijk gezien. Een aardige, oude dame. Wat is er aan de hand, dat ze mij belt? Ik luister.
“Dan denk ik dat Cisca u nu nodig heeft. Ze heeft vaak over u gesproken…" 
"Hoe bedoelt u: Cisca heeft mij nu nodig"
“Dat probeer ik u voorzichtig te vertellen, maar ik weet niet precies hoe uw verstandhouding met haar was. Ik ben maar een oude vrouw". 
“Onze verstandhouding? Heel goed. We hebben daar ooit een soort uitdrukking voor bedacht. Ik noem haar vaak 'mijn grote zus' als u dat bedoelt. Ik heb nooit een zuster gehad namelijk." 
“Ja, dat weet ik. Zij heeft geen broer en sprak ook wel eens zo over u. Daarom bel ik u." 
Ik denk aan Cisca, mijn steun en toeverlaat bij het bureau waar ik zoveel heb geleerd. Inderdaad was de gegroeide, wederzijdse sympathie groot genoeg om het contact in stand te houden. Nog geen vier maanden geleden zijn Trudy en ik nog bij Cisca en haar man Gertjan op bezoek geweest. Even over de grens. Ze leken toen heel gelukkig. Er moest iets helemaal mis zijn.
"Ik weet niet precies hoe ik het u moet vertellen, maar Cisca en Gertjan hebben een ongeluk gehad. Gertjan leeft niet meer en Cisca is heel erg zwaar gewond. Ze ligt in Nijmegen in het Radboutziekenhuis. Daarom denk ik dat zij u nu nodig heeft." 
Ik kan even helemaal niets terug zeggen. Ineens zit m'n keel helemaal dicht gesnoerd. Ik weet zelfs niet wat ik op dit moment voel of denk. Ongelukken staan altijd zo ver van je af totdat…
"Bent u daar nog?" 
Ja… ja, mevrouw. 
“U bent geschrokken, dat begrijp ik. Ik wist niet hoe ik het u anders moest vertellen. Ik zei u: ik ben maar een oude vrouw."
Kan, kan ik naar haar toe?
“Ja, doet u dat. Daarom heb ik u gebeld. Omdat ik denk dat dat goed is." 
Dank u wel mevrouw. Ik beloof u dat ik vandaag nog…
"Dan is het goed. Maar schrikt u niet. Ze is werkelijk heel ernstig gewond. Het is gisteren gebeurd."
Mijn vrouw is verpleegster. Ik zal haar meenemen. Zij heeft zo iets vast wat vaker meegemaakt. Ze kent Cisca ook goed. En Cisca haar.
“Dat moet u zelf beoordelen".  
 Als u wilt dat we u mee… 
 “Nee, het gaat om u. U kunt haar misschien een beetje moed geven. En moed zal ze nodig hebben. Begrijpt u mij?" 
Ja, ik begrijp u. Dank u heel erg dat u mij hebt gebeld.
“Dat moest ik doen. Dag meneer."  
Ze heeft opgehangen. Ik heb haar naam niet eens verstaan. Ik weet haar telefoonnummer niet. Ik weet niets. Ik had nog zoveel meer te vragen gehad. Waarom heb ik dat niet gedaan? Ja, ik weet dat Gertjan dood is. En Cisca zwaar gewond. Maar hoe zwaar is zwaar? Ik weet in welk ziekenhuis ze ligt. En ik besef dat ik daar naartoe moet. Zo snel mogelijk. Niet alleen omdat een oude tante dat heeft gevraagd. Maar vooral omdat ik het ook heel diep van binnen zo voel.

 

Juni 2026

Nu ik haar pen toch weer heb gevonden wil ik Cisca impulsief wéér bellen. Want de vondst was duidelijk een vingerwijzing. Maar ik moet dat heel voorzichtig doen. Ze kwam op haar negentiende werken bij Bureau Bauduin. En ik moet toen tegen de dertig zijn geweest. Maar op mijn huidige leeftijd wéét je dat niet iedereen een hoge leeftijd haalt… 
Tot voor een jaar of vijf was ons contact nog in stand. Dan telefoneerden we op haar verjaardag. Vijf december. Cisca is destijds enkele jaren later opnieuw getrouwd. En ook daar waren wij weer bij. Een hele tijd geleden. Intussen is ze zelfs alweer oma. Gelukkig hoef ik haar met Sinterklaas niet te vertellen dat ik haar pen kwijt ben…
 

 Juni 2026

Share