Cornelie

Ik heb de indruk dat ze hier veel beter op was voorbereid dan iedereen dacht. Althans, als je bijna 70 jaar samen onder hetzelfde dak hebt geleefd. Letterlijk. Verliefd geworden. Getrouwd, huis gekocht en daar altijd gebleven. Op de vakanties na.
Dan verwacht je treurnis, verdriet, ontreddering.
Niets van dit alles.
We hebben gisteravond samen onze gezamenljke familie belevenissen opgehaald. Alsof het hele verhaal al klaar lag om nog eens verteld te worden. Min of meer samengevat en aangevuld met nieuwe herinneringen. En die samenvatting is nog lang niet klaar. Hij lijkt al of niet tijdelijk in de plaats te komen van de schrik en het eerste verdriet om het toch nog plotselinge einde van de man zonder wie ook haar leven verder ondenkbaar leek. Mijn aangetrouwde neef Piet. Een imposant lange man met een indrukwekkend zware stem en in zijn actieve tijd een zeer gewaardeerd directeur van een middelbare school in een oude Hanzestad met een centrum vol monumentale gebouwen.
Hij en ik mochten elkaar ook. Eigenlijk was het vriendschap en dat komt zelden voor in aangetrouwde familiekringen. Zoals Piet het op 24 december 1990 onder woorden bracht op het verrassingsdiner toen mîjn Rietje 50 jaar werd.
Het ophalen van al die herinneringen gisteravond was goed. Dat weet ik ook wel. Want het geeft stabiliteit waar die anders niet zou zijn. Een soort van startbaantje tot het laatste deel van háár leven alleen. Waarin de dagen zich aaneen rijgen en haar enige afwisseling elke 24 uur wordt bepaald door vier bezoeken van de wijkzorg en af en toe een buurvrouw of een vriendin.
Ze zal de televisie zelf moeten leren bedienen. Zoals zoveel vaardigheidjes die hij, haar man en maatje - zeg maar máát want hij was bijn rwee meter - altijd deed. Want haar aandeel was alles wat zo'n klein huishouden op gang houdt en dus het zorgen voor eten, drinken, wassen, schoonmaken en opruimen. Dat hoeft ze gelukkig niet helemaal van voor of aan te leren. En een groot deel daarvan is ook al overgenomen door de thuiszorg. En dat mag best als je zelf inmiddels ook al bijna 93 bent.
Wat ik hier doe? Even naar de voorgrond komen. Daar waar ik nu weer nodig ben. En misschien wat vastigheid kan geven op de plaats waar anders alleen verdriet en verwarring zou zijn.
Ik ben de enige paal onder het wankelend fundament die de zaak nog overeind houdt. Het enige ook overgebleven familielid die het totale verhaal ook kent. En vooral het begin.
Ik ben maar zes jaar jonger dan zij vertegenwoordig dat deel van haar leven dat alleen wij samen daadwerkelijk nog hebben beleefd. Ook en vooral gekenmerkt door dat deel van de Grote Oorlog dat we met eigen ogen en oren hebben beleefd. En het niet moeten hebben van horen zeggen. Zoals waarmee de generaties van nu het moeten doen. Dochter en zoon van twee zusjes uit een groot gezin. Mijn tante Annie en haar tante Cootje. Die nu 119 en 118 zouden zijn geweest….
