Cornelie

26-04-2026

Cóckó in 1958


Ik heb de indruk dat ze hier veel beter op was voorbereid dan iedereen dacht. Althans, als je bijna 70 jaar samen onder hetzelfde dak tevreden hebt geleefd en liefgehad. Letterlijk.
Ooit verliefd geworden. Getrouwd, huis gekocht en daar altijd in blijven wonen. 
Op de schoolvakanties na. Niet als ouders maar als docenten. 

Dan verwacht je nu treurnis, verdriet, ontreddering.

Niets van dit alles.

We hebben gisteravond samen onze gezamenljke familiebelevenissen opgehaald. Alsof het hele verhaal al klaar lag om nòg eens verteld te worden. Min of meer samengevat en aangevuld met nieuwe herinneringen. En die samenvatting is nog lang niet klaar. Het lijkt, al of niet tijdelijk, in de plaats te komen van de schrik en het eerste verdriet om het toch nog plotselinge einde van de man zonder wie haar leven verder zo ondenkbaar was als Parijs zonder Eiffeltoren. En dat nu toch waarheid is geworden. De waarheid van het menselijk lot. Door het ongewilde maar nu definitieve ‘vertrek’ van mijn aangetrouwde neef Piet. Een imposant lange man met een indrukwekkend zware stem. In zijn actieve tijd een meer dan gewaardeerd directeur van een middelbare scholengemeenschap in een eerbiedwaardige, ooit welvarende, Hanzestad met een centrum vol monumentale gebouwen uit die tijd.
Geen leerling die hem onopgemerkt wist te ontlopen. Niet vanwege angstig schuldgevoel maar gedreven door oprecht respect. Zoals thans door de sociale media compleet om zeep geholpen. Met alle gevolgen vandien.
Want: “Respect? Wat is dat?

Piet en ik lagen elkaar dus ook. Eigenlijk was het aangetrouwde vriendschap en dat komt zelden voor in familiekringen. Zoals hij dat zelf ooit verwoordde. Op 24 december 1990 tijdens het verrassingsdiner toen míj́n Rietje 50 werd. Uitgerekend op Kerstavond in aanwezigheid van bijna vijftig genodigden die ons wel waard vonden om daarvoor toch naar het verre Friesland te komen.

Het ophalen van al die herinneringen gisteravond was goed. Dat weet ik ook wel. Want het geeft stabiliteit waar die anders niet zou zijn. Een soort van startbaantje voor het laatste deel van Cocko’s leven alleen. Waarin de dagen zich aaneen rijgen en haar enige afwisseling elke 24 uur wordt bepaald door vier bezoeken van de wijkzorg. En ook regelmatig een buurvrouw of een vriendin. De rest moet ze er vanaf nu zelf aan toevoegen als ze dat nog wil. Of dat zo is dat zien we later wel.

Ze zal de televisie zelf moeten leren bedienen. En een smartphone om ermee te kunnen whatsappen. Zoals zoveel vaardigheidjes die hij, haar man en maatje (zeg maar máát want hij was bijna één meter negentig) altijd voor hen beiden deed.   
Terwijl háár aandeel alles was wat zo'n klein huishouden op gang houdt en dus de zorg voor eten, drinken, wassen, schoonmaken en opruimen. Eerst nog zonder en later met rollator en traplift.
Dat hoeft ze gelukkig niet helemaal van voor af aan opnieuw te leren. Want een deel daarvan is al overgenomen door de bijna perfecte thuiszorg. En dat mag best als je zelf inmiddels ook al bijna 93 bent.

Wat ik hier doe? Door haar gevraagd weer even naar de voorgrond komen. Daar waar ik nu weer nuttig kan zijn. En misschien wat vastigheid kan geven op de plaats waar anders alleen verdriet en verwarring zouden heersen.

Zo gezien ben ik de enige overgebleven heipaal onder het wankelend fundament dat hun bouwwerk nog even overeind houdt. Zolang dat nog nodig is. Het enige overgebleven familielid dat haar verhaal bijna helemaal heeft meegemaakt. Vanaf het allereerste begin. En tot nu toe vooral overeind gehouden door háár Piet.

Ik ben maar zes jaar jonger dan zij en vertegenwoordig dat deel van haar leven wat alleen wij samen daadwerkelijk nog hebben gezien, gehoord en meebeleefd. Ook en vooral gekenmerkt door dat deel van de Grote Oorlog waarin we opgroeiden. En waarvoor we niet zijn aangewezen op ‘van horen zeggen’. Zoals waarmee de generaties van nu het moeten doen. Dochter en zoon van twee zusjes uit een groot gezin. Mijn tante Annie en haar tante Cootje. Die nu 119 en 118 zouden zijn geweest….

Na een bliksemstart gevolgd door een periode van grote bloei struikelt de Schuiling-dynastie thans vrijwel geruisloos naar de finish van het parcours des levens. Cocko en ik kijken niettemin toch wel met enige trots terug op opa’s succes: binnen een halve eeuw naar Amerikaans voorbeeld van timmermansknecht tot miljonair.
En dat in ons toen nog primitieve Nederland. Van ver vóór de computer, de sociale media en Ai. Een voorbeeld van hoe het zònder ook kon.

Dordrecht, 27 april 2026 

Piet 2026

Share