Voetbalfan in hart en nieren

Destijds altijd met ooms en neefjes op de tribune. En wat later, toen spelers inmiddels geld konden verdienen, steeds vaker thuis bij radio en TV. De tribune-pret was er een beetje af.
Alleen oom Wim spoedde zich om de andere zondag naar EBOH (ook Dordt) en verkocht daar kaartjes in zo’n hokje aan wie ook wilde komen kijken.
Zo was iedereen in mijn enorm grote familie. De mannelijke kant dan hè. Maar het kwam de vrouwen ook niet slecht uit, want die hadden dan, zeker op zondagmiddag, de kans om lekker onder ons met elkaar te kletsen onder het breien zonder voor ons - mannen en zonen - te hoeven zorgen.
Zo was dat in die tijd. Daar kun je achteraf voor of tegen zijn, maar iedereen was tevreden: van kerkbank naar voetbaltribune. Moet je je wel realiseren dat niemand ook maar vermoedde dat een vorm van gemeenschappelijke beleving (voor- en tegenstanders zaten of stonden broederlijk naast elkaar) zo zou kunnen escaleren. Als er ooit sprake van zou kunnen zijn dat wij fans vijanden zouden kunnen worden was iets wat we ons in onze meest depressieve dromen absoluut niet konden voorstellen. Het was gezamenlijk vermaak. Ongeacht of je nu voor of tegen de thuisclub was.
Ook op het veld was er geen sprake van regelrechte agressie. Individuele vaardigheid koppelen aan goed uitgevoerd samenspel. En af en toe een bijzondere belevenis. Daar ging het om. En om te winnen natuurlijk. Ik herinner me nog die keer bij Emma (ook Dordt). Piet Kraak, keeper van de Nederlands Elf stond bij een forse wind tegen wat ver voor z'n doel. Z'n collega aan de overkant had dus wind mee, greep z'n kans en gaf de bal een enorm harde en hoge lel. Dag Piet. Doelpunt. De helft van toeschouwers lachte zich een kriek. De andere helft grijnsde ook. Stormvogels won toch wel. Maar heel Holland had maandag weer iets om over te praten. Zo ging dat.
Toeschouwers bij tennis vliegen elkaar toch ook niet in de haren?
Af en toe een formeel toegestane schouderduw was het enige blijk van een contactsport. En een onbedoelde botsing… tja, dat kon gebeuren.
Een speler die z'n tegenstander onderuit haalde riskeerde een gevoel van vervangende schaamte bij vriend en vijand. Kon zelfs door zijn eigen supporters worden uitgefloten. Zacht maar wel hoorbaar. Boe roepen was een blijk van wangedrag. Wanbeschaving. Dat verschijnsel is nu aan de orde van elk weekend.
Ik herinner me de eerste keer dat ik zelf van een tegenstander voorbij sprintend een keiharde klets op m'n bovenarm incasseerde. Ik kende dader van de fabriek. Stomverbaasd draaide ik me om: "Chiel, wat doe je nou?" Chiel grijnsde alsof hij net een slechte mop verteld had. Ik liet het maar zo. Maar je ziet: ik herinner het me, bijna 70 jaar later, nog steeds.
En betaald worden voor sport dat was streng verboden. Nou ja, op z'n Hollands dan. Met een goeie baan krijgen bij het bedrijf van een enthousiaste fan werd die regel oogluikend ontdoken. En Harry Hentenaar bij mij op school, bleek verrekte goed te kunnen keepen en zou dat jaar toevallig eindexamen doen. Heel 'onverwacht' kreeg hij werk bij Van Twist in Dordt.
Maar een niet slecht verdienende tandarts met talent - ja zo iemand liep daar ook te voetballen - moest z'n hele uitrusting ook zelf betalen. Met een beetje geluk was er iemand van de kantine die wekelijks de shirts én broekjes waste. Alleen van het eerste natuurlijk. Met Persil uit de clubkas. Oogluikend.
Kees Mijnders (DFC) was ook linksbuiten in de nationale elf. En Frank Wels (Unitas Gorcum) acteerde op rechts. Daar waren we maar wat trots op.
Maar de beste middenvelder van ons eerste bracht maandagochtend vroeg weer melk aan huis. En de linksback boorde tanden en kiezen. Zo ging dat toen. En dankzij Abe werd Heerenveen toch wel kampioen en Feyenoord en Ajax tweede of derde.
4 september 2026
