Om te kunnen zeilen heeft God wind en water uitgevonden

“Aha", zei m'n buurman die net kwam aangefietst, "daar is-tie weer." Doelend op het feit dat hij me kennelijk een dag of tien niet had gezien. Hij weet dat ik zo af en toe naar Lochem rijd en dan met m'n camperbus door naar Dordt.
"Waar ben je nou 't liefst?" vroeg hij.
"Friesland" zei ik naar waarheid.
"Ja, ja, en als je de rivieren voorbij bent dan zeg je natuurlijk Brabant."
"Nee, als ik Friesland zeg, dan bedoel ik Friesland. We hadden op school in Gorcum een leraar die vlak voor de grote vakantie vroeg: "wie gaat er mee zeilen in Friesland?" Gorcum ligt daar waar de Waal, het verlengde van de Rijn, overgaat in de Boven Merwede. Daar waar die rivier op z'n breedst is. Misschien wel 800 meter. Een aantal van ons kon dus al zeilen. Op de rivier. Die wisten ook hoe je met stroming om moest gaan. Met kribben, muien en keerstroming. Ik ook trouwens. Met een beetje pech dreef je anders zo de Biesbos in of de haven van Werkendam. Ook niet verkeerd, maar hoe kwam je terug?"
"En de scheepvaart dan? Dat is toch levensgevaarlijk?"
" Nu wel. Toen niet."
"In de afgelopen zeventig jaar is alles beetje bij beetje minder leuk geworden. Dat ook. Wat wij ooit de "hardlopers" zijn gaan noemen, stormt daar nu met 25 km per uur voorbij. Echt afremmen kunnen ze niet. En niet één maar meerdere tegelijk. Stroom-op, stroom-af. Als je toen een sleepboot met pakweg vier of vijf Rijnaken in de verte aan zag komen, nog voorbij de Merwedebrug (die er nog niet was), dan had je nog tijd genoeg om op de markt een patatje te scoren voordat je de achterste bij Loevestein zag verdwijnen. En zo'n sleep kwam toch ook waar die wezen moest. Minimaal in het Ruhrgebied of soms ook wel tot Basel aan toe. Stroom-opwaarts."
"Dus rivierzeilen kan niet meer…"
"Nee, eigenlijk beter van niet. Ook al niet vanwege de onvoorspelbare golfslag.”
"Rietje en ik staken met onze SK wel de rivier over. Om bij Woudrichem stuurboord uit te varen naar de Oude Maas. Richting Limburg of zo.
Je weet wel: waar Maas en Waal tezamen komen en Gorinchem rijst van ver…
Dáár!"
Terugkomend uit Maastricht zijn we één keer al bij Nijmegen de Waal overgestoken en verder stroomaf naar Gorcum meegevaren. Dan krijg je er gratis 4 tot 8 km per uur aan snelheid bij. Dus dat kon in een dag. Stoer was het wel maar leuk was anders. Je voelt je notendopklein en je hebt maar te zorgen uit hun koers te blijven. En uit hun zuiging als ze je inhalen. En je kunt nergens zeggen: bij de volgende stop rusten we even uit.
"Wat is een SK?"
"Een Sneeker Kotter. 14 ton staal, 12,5 meter lang en 4,20 breed."
"Maar waarom dan nog naar Friesland toen?"
"Voor de fijne kneepjes van het zeilen en de lol met elkaar".
Op de rivier vergen stroom en scheepvaart teveel van je concentratie. Op een meer is alles gericht op de kunst van het zeilen zelf. Het is teamwork. Alles op elkaar afstemmen. Het maximale resultaat uit wind en water. Snelheid zonder een greintje fossiele brandstof. Wat geruis en zacht geklots van wind en water maar verder goddelijke stilte. Toen dus. Nu pruttelen ook daar motorbootjes in 't rond. Maar het bleef een wereld van gewone mensen. Tot voor kort. Sedert pakweg 2000 raakt de watersport meer en meer vervuild door van die plastic statusbakken. Strijkijzers noemen we dat. Gelukkig moeten die ook elke zeilboot voorrang geven. Maar dat weten ze vaak niet. Of ze denken: barsten jullie maar. Net als in de gewone wereld."
"Dus met die SK moest je ook uitwijken voor alles met een zeil?"
"Ja, wij ook. Maar dat was voor mij geen moeite. Ik weet wat zo'n zeiler kan. En graag wil dat ik doe. En wat hij zeker wil is wind. Ook zonder richtingaanwijzers en remlichten."
"Maar wel met een roer, toch?"
"Ja, en dat is wel handig ook. Doe je iets verkeerd, dan lig je òf meteen stil òf je krijgt de giek voor je kop."
"Dus zeilen kan gevaarlijk zijn…"
"Niet als je weet hoe je zeilen actief kunt beléven. Het is zó’n fantastisch beleef-ik-dat gevoel.
"Dus dáárom kwamen jullie naar Friesland toen."
"Ja, ook wel. Maar zo maak je een hechte gemeenschap van school- en klasgenoten. Ik heb dan ook nooit iets gemerkt van discriminatie, statusdrang en pesterij."
"Dankzij dat zeilen…?"
"Ook. Maar zo iets kwam totaal niet in ons op. Iedereen kon zichzelf zijn. Pas veel later heeft de journalistiek me geleerd dat die verschillen bestonden. Wij hadden allang ondervonden dat die dingen niet nodig zijn. En je jeugd verpesten.
26 augustus 2026
.
