Het aanzoek per Tandenborstel

Het jaarverslag 1984 van pensioen BV Konigxvelt was voltooid en door alle betrokkenen akkoord bevonden. Inclusief door de dienstdoend Inspecteur der Belastingdienst. Het eerste deel van Rietjes' financiële toekomst was hiermee al wat overzichtelijker geworden.
Daar hadden we dan ook samen een glaasje wijn op gedronken. En voor Rietje was het goed om nog weer wat verdriet verzachtende herinneringen op te halen, die met zo'n onderwerp als wijn altijd wel verbonden plegen te zijn.
Steven was hèt voorbeeld geweest van een wijnkenner en had zich een niet onaanzienlijke verzameling eigen gemaakt. Maar Rietje vond dat die zo snel mogelijk op moest want haar inmiddels "kleine bungalow" op Maarssens' Abel Tasmanlaan nummer 7 had nu eenmaal geen kelder. En we dienden een mogelijke verzuring zo goed mogelijk voor te blijven.
Háár woorden.
Ik had en heb van wijn als hobby nog steeds geen spat verstand. Al bewonder ik de manier waarop vooral de Franse wijnexport nog steeds werd en wordt gedragen door hèt voorbeeld van Status Reclame rond het bijna sprookjesachtige, historisch beladen wijn imago.
De eerste keer dat ik door Rietje thuis was uitgenodigd voor een door haar zelf bereide maaltijd, en de kinderen na hun "toetje" naar hun kamers en huiswerk waren vertrokken, durfde ik pas tegen drieën op merken dat ik geacht werd om negen uur weer achter mijn bureau te zitten.
Hoe ik me, uitgerekend die nacht, op weg naar Loenen aan de Vecht en nét voor Breukelen met een maximum aan geluk door een alcohol fuik heb weten te kletsen, vertel ik later nog wel eens.
Maar goed, Rietje hing even voor negen alweer aan de lijn om te vragen of ik goed was thuisgekomen. Hetgeen mij de mogelijkheid gaf om bescheiden op te merken dat mijn werk op de duur niet op kon tegen zoveel slaapgebrek. Maar dat ik alles wel fantastisch had gevonden.
Ze stelde mij onmiddellijk voor om dit soort gebeurtenissen dan voor het weekend te bewaren. En maar meteen te beginnen met het eerstvolgende. Ze was mij contractueel, als formeel directeur van Konigxvelt, nòg een etentje schuldig, zo zei ze, maar dan in daartoe door mij uit te kiezen restaurant. En ze vroeg me of ik aanstaande vrijdagavond meteen al kon.
Er stond de middag daarvoor weliswaar een scriptbespreking gepland met de "hoogste ooms" van Randstad (die alledrie bij toeval ook Frits heetten) maar die vrijwel zeker vóór vieren weer vertrokken zouden zijn.
Ik vraag mij nu af of ik ooit tevoren al eens eerder door een dame voor zo iets was uitgenodigd. Hét antwoord is nee. Zulke excepties kwamen in het pré-feministisch tijdperk vrijwel nooit voor. Doch inmiddels is met dat soort opvattingen afgerekend en vond ik Rietje's voorstel lang geen slecht idee. En ze had gelijk: het was mijn welverdiende honorarium.
Ik was wel blij dat ze de keuze en het reserveren van het Kompas in Loosdrecht aan mij overliet. Dit in verband met mijn goede verstandhouding daar. Want dat wist ze natuurlijk al wel.
Gezien het voorname gezelschap en de belangrijkheid van deze bespreking had ik Edith gevraagd om eventuele telefoontjes zelf af te handelen óf te beloven dat ik na de bespreking onmiddellijk terug zou bellen.
Niettemin ging halverwege het overleg toch de telefoon die altijd op de grote witte ronde tafel binnen ieders bereik was neergezet.
Nu ik dit schrijf realiseer ik me hoezeer de romantiek van die vorm van communicatie het helaas heeft moeten afleggen tegen ieder-met-z'n-eigen-smartphone in zijn zak.
Zo'n onderbreking als dit, kwam bij ons maar zelden voor, maar het werd mij duidelijk niet kwalijk genomen dat ik me even excuseerde voor een mogelijk noodgeval, dat tenslotte ook één van hen zou kunnen betreffen.
"Ja Edith?"
"Ik weet dat ik je niet mag storen, maar ik dacht dat ik wel een uitzondering mocht maken voor mevrouw Van Zuidam…"
Ik had absoluut geen keus want Rietje, gelukkig niet hoorbaar voor de anderen, viel met de deur in huis: "Misschien stoor ik je, maar ik had het er hier met de kinderen over dat het misschien niet zo verstandig zou zijn als je mij na vanavond nog helemaal naar huis moest brengen…
Dus ik wilde alleen maar even zeggen dat ik straks mijn tandenborstel bij me heb…"
Eén van de Fritsen bekende later dat het op slag zo diep rood kleuren van mijn gelaat hen toch niet was ontgaan. Maar ik weet zeker dat ik niet stotterde toen ik er met al mijn zelfbeheersing uitbracht:
"Da's goed hoor. Tot straks."
Van dit voorval is geen woord verzonnen, maar het verhaal gaat nog veel verder.
