“Ik heb mijn boek  uit”

24-01-2026

 

Vandaag, zaterdag 24 januari 2026. Om 04.43 uur volgens de verlichte, digitale slaapkamer klok. Ik hoorde het toch duidelijk. Maar toen ik goed wakker was begon ik natuurlijk weer te twijfelen. Ik ben nu immers gewoon alleen. Dus moet ik het me hebben verbeeld. Maar het was toch de stem van Rietje geweest, die vannacht tegen me zei:  

Ik heb m'n boek uit.”

Niet mijn maar m'n. Spreektaal.

Dit soort momenten heb ik al wel vaker beleefd. Ik heb er geen verklaring voor. Behalve dat mijn eigen brein dan een spelletje met me speelt. Bijvoorbeeld om me iets duidelijk te maken wat op een andere manier niet kan. Omdat ik er veel te nuchter voor ben bijvoorbeeld. Maar wat ik hier vandaag mee moet? Geen idee. 

Het voert me wel terug naar de tijd dat we ook heel vertrouwelijke dingen met elkaar begonnen te bepraten. Dus in de weken na onze eerste nacht op Terra.

En met vertrouwelijk bedoel ik gedachten en belevenissen waar je gewoonlijk niet over praat omdat anderen het toch niet zouden geloven.

Het moet ergens achterin oktober zijn geweest dat Rietje mij vertelde wat er op 6 mei negentienvierentachtig was gebeurd. Niet zou kunnen zijn gebeurd, maar echt was gebeurd. Vóór Rietje stond dat vast. En als ze het nog wat later aan Ludy vroeg:
 
"Zo is het toen gegaan toen, hé. Dat weet jij toch ook?" Dan beaamde Ludy dat.

Zoals ze nu is zal ze dat wel ontkennen of zelfs zeggen dat ik dat verzin, maar in oktober vierentachtig en nog heel lang daarna beaamde ze dat. Ook met zoveel woorden. Rik wist en weet echt nergens van. Was dat maar wel zo geweest. Dan was hij er nu veel beter aan toe geweest. Dat denk ik dan. Niet dat hij het onzin vindt, maar hij herinnert er zich gewoon niets van. Alsof hij even uitgeschakeld is geweest. Ludy is inmiddels al bij twintig jaar door iemand uitgeschakeld. Maar daar heb ik het een andere keer wel over.

Dat van 1984 kan ik net zo goed meteen helemaal proberen te vertellen. Mede omdat het voor Rietje echt de realiteit was. En ze was haar hele leven ook de nuchterheid zelf. Geen vage verhalen, geen helderzienden, geen ingestraald water, geen astrologie, geen mystieke herinneringen… alleen dit.

Steven lag nog opgebaard in de eetkamer. Conform zijn eigen wens. Dat had hij twee weken daarvoor ook nog gezegd. Ook zo vreemd. Net zo ongewoon als dat hij nog niet zo lang daarvoor al had aangegeven waar op het kerkhof hij precies begraven wilde worden. Maar dit terzijde.
 
 Rietje, Ludy en Rik zaten in een andere kamer bij de haard of zo. Ik heb dat huis nooit vanbinnen gezien. 
Plotseling begint Rik te praten met de stem van Steven die vertelt dat hij dit al eerder heeft geprobeerd. In de vroege ochtend. Maar dan via zijn broer Henk die in de eerste nacht ook bij hen in huis was gebleven.

Maar Henk was eerst naar Rietje gelopen om haar te vertellen “Ik heb nu zo iets mooi’s beleefd…”, maar hij kon haar niet vinden en was vervolgens zo in de war van wat hij zeker dacht echt te hebben beleefd - zijn overleden broer te hebben gesproken - dat hij een eind richting Utrecht was gaan lopen. En dat klopte.

Maar via Rik lukte het dus nu wel.

Rik zei dus met de stem van Steven dat het goed was zo. Dat er anders veel fout zou zijn gegaan. Wat, dat zei hij niet. Maar wel: vraag maar, vraag maar… er is nog maar weinig tijd. Want hij moest naar het licht, zei hij. Hij werd geroepen. En: met mama komt het wel goed.

Rietje en Ludy waren te verrast geweest om goed na te denken wat ze zouden kunnen vragen. Dat valt te begrijpen.

Of hij pijn gehad had. Nee, alleen wat geprikkel in mijn hand. En hoe het daar nu was. Hier is alleen maar vrede en goedheid. En hoe zij nu verder moest zonder hem. Met jou komt het wel goed.

Verder was er eigenlijk niet veel meer gezegd of gebeurd. Maar het is intussen dus wel tweeënveertig jaar geleden. Als mij er weer iets - van wat ze toen vertelde - te binnen schiet, dan voeg ik dat nog wel aan dit artikel toe. 

Misschien dat Ludy het veel beter kan vertellen, want die was er zelf bij. Ik niet. Ik moet het doen met wat Rietje mij keer op keer vertelde. Heel nuchter. Gewoon als een voldongen feit. Maar dat zal de Ludy van vandaag de dag, wel niet doen.

Zo zeker als Rietje er over was en nu ik haar inmiddels ook zoveel beter kende, viel er voor mij echt niet meer aan te twijfelen. Nog niet trouwens.

Ik ben natuurlijk wel gaan snuffelen in allerlei publicaties van in elk geval serieus te nemen mensen.

Zo had een chirurg ooit een studie gemaakt van dit soort postume gebeurtenissen. Met name van patiënten die korte tijd of ook wel wat langer klinisch dood leken te zijn geweest. Die vertelden soortgelijke belevenissen. Van dat licht en het eigenlijk daar naartoe moeten. En zelfs teleurgesteld waren dat ze toch terug moesten. Zelfs nog als ze weer wakker waren na zo'n operatie. En dat ze alshetware van bovenaf in de kamer op hun lichaam neer konden kijken. En bij navraag details hadden gezien die je staande op de grond niet kon zien.

Rietje zei dat het haar enorm had geholpen om het leven weer wat vlugger op te pakken. Ook in het belang van Ludy en Rik. En ze bleef ervan overtuigd dat dit ook de bedoeling moet zijn geweest. Maar het verklaart ook wel heel veel van de gebeurtenissen in de rest van datzelfde jaar negentienvierentachtig. En daarna.

24 januari 2025