Klaas wordt bedreigd

"Ik
maak je kapot als je de kinderen nu niet meteen terug stuurt naar huis." "Waar
heb je 't over? Hun huis is nu hier. Daar hebben ze zelf voor gekozen."
"Dan
had je dat met mij moeten overleggen."
"Waarom
in vredesnaam? Het was hun belangrijkste voorwaarde. Dus hebben jij en ik dat
in 't convenant laten zetten, de rechter heeft het bekrachtigd en je weet al minstens
een maand dat wij een groter huis zijn gaan kopen omdat ze Ria hebben
gevraagd bij ons te mogen wonen. Wat viel er dan nog te overleggen?"
"En toch maak ik je kapot als je ze niet meteen terugstuurt."
"Hoe zou ik dat moeten doen? We zitten midden in de verhuizing. De meeste spullen staan al op hun kamers. Het is vijf uur. Ze zijn al bijna een dag hier. Dat kan je toch niet ontgaan zijn? Koos heeft wat te eten gebracht en nou wil jij plotseling dat ik ze terugstuur naar De Meern?"
"Ik maak je kapot."
Ze verbrak de verbinding. Als een soort van uitroepteken. Ik denk dat ik een beetje dom naar het toestel stond te kijken…
"Was dat ma?" vraagt Mark.
"Ja…"
"Wat had ze?"
"Ze wil dat ik jullie terug stuur."
"Daar is ze dan een beetje laat mee. We waren al dagen aan het inpakken."
"Laat maar…"
Het lijkt alsof de anderen nauwelijks iets gemerkt hebben van dit gesprek. Wat moet ik er eigenlijk mee? Doen wat ze vroeg kan niet. Mark, Tes en Veer zullen zich afvragen of hun vader plotseling rijp is voor Den Dolder. Terugbellen heeft ook geen zin. Wat zou ik moeten zeggen? Dat ze daar eerder mee had moeten komen? Toen we nog bezig waren met een ander huis? Want dat wist ze wel degelijk. Iedereen wist het toen al. Ook in Vleuten en De Meern. Is ze zich nu pas gaan realiseren wat dat voor háár ging betekenen? Haar status als moeder is voor een tijdje naar de haaien. Maar ook dat moet ze beseft hebben. Zo dom is ze niet. Integendeel, haar status is haar alles. Ze had dit makkelijk kunnen voorkomen door gewoon de moeder te blijven die ze voordien was. Niet alles aan mij over laten en zelf nauwelijks bij de kinderen zijn. Met als gevolg dat ze steeds vaker op Terra Nova waren dan in De Meern. Ria en ik zaten hier nu ook niet bepaald op te wachten. Niet nu er nog zoveel afgehandeld moest worden. Roelewiel bijvoorbeeld. Het bedrijf van Steven met twintig man personeel. Sinds zijn dood zat daar een interim-directeur. Dat kon zo niet doorgaan. Er zouden klanten weggelopen. En geen nieuwe bijkomen. De commissaris had alles op mijn bordje gelegd. En bovendien, ik had zelf ook een eigen bureau met klanten die veel aandacht verdienden. Mijn persoonlijke aandacht. Mijn voorstellen, mijn scripts. Het was toch ook in Trudy's belang dat dáár geld binnen bleef komen?
OK, ze had zelf een goed inkomen en voor een goedkoper huis gekozen. Weg van ons gezamenlijk verleden. Maar sinds ik in Loenen woonde en zij in De Meern, was ik wèl alles blijven betalen. Ook voor de kinderen. Denk je dat alles goed afgesproken en geregeld is, en dan krijg je dit weer. Ver voorbij het punt van no-return. Wat kon ik er nu nog aan veranderen als ik dat überhaupt zou willen? Plotseling realiseer ik me dat dit helemaal mijn zaak niet meer is. We leven al bijna twee jaar apart en de scheiding is een feit. Dus als ze iets van de kinderen wil moet ze dat hén vragen. Niet mij. En zeker niet op de dag van hun verhuizing. Tevens Mark z'n verjaardag. Typisch Trudy. Mij de schuld geven. Dat zal haar bedoeling wel zijn geweest. Wéér was ik er ingetrapt. Alsof het nog altijd mijn verantwoordelijkheid was. En nòg dreigen ook. Wat ik daarmee moest? Niks dus.
Intussen was er tussen de dozen, tassen en andere persoonlijke spullen een totaal andere discussie op gang gekomen. Koos had namelijk in z'n goeiigheid een bijzonder éénpansgerecht gecreëerd. Borsjt of hoe je dat schrijven moet. Een soort Russisch midden tussen Soep en Siberische winterstamppot. Iedereen had er zich op verheugd en zat of stond met een kom of bord vol witte smurrie onder z'n neus.
"Pa…"
"Ja…"
"Eten Russen dat?"
"Weet ik niet. Jij zult het wel vaker gecatered hebben bij Koos z'n klanten."
"Nou nee Pa, dan was-ie ze vast allemaal kwijt geweest."
Ik proefde een hap. Veel melige witte bonen en daartussen een dikke, eveneens witte saus. Ik begreep de consternatie.
Ria was intussen al bezig een grote zwarte pan op te warmen en daar blikken erwtensoep in te legen. Ze begon al aardig te wennen aan een groot gezin…
08.12.1984
