Ik weet nog dat ik als jongetje…

Dit was Molly echt. Op een oude familie foto.
…van pakweg acht jaar naar de kapper werd gestuurd. Gestuurd is te streng gezegd voor een moeder zoals ik had. Maar 'verzocht werd om te gaan' klinkt weer veel te volwassen. Het moet inderdaad tussen mijn 7e en 9e zijn geweest, want die berg oud-ijzer tussen onze flat en het tabakspakhuis was nog niet oogeruimd. En ons hondje Molly kwam pas in 1948. Liselotte Wirtz uit mijn klas besliste dat het een Vlinderkees was. Maar op latere foto's bleek Molly toch echt een Friese Stabij te zijn geweest.
Wat Molly met dat oud-ijzer te maken had? Wel hij deed iets wat niemand van een hond verwacht. Maar ik heb het met eigen ogen gezien en beleefd. Of je het nu gelooft of niet.
Onder die bergen geroest oud-ijzer, vijf of zes jaar voordien gescheiden van het overige puin, en daar als grote berg bewaard, hadden muizen een prima onderdak gevonden. Náást een gaarkeuken namelijk. Af en toe glipte er wel eens een muis naar boven en daar had Molly iets op tegen.
Kwam ik uit school dan liet mijn moeder hem boven los en stuiterde hij meer dan hij liep het hele trappenhuis huis in z’n hoogste versnelling naar beneden. Maar ditmaal liep hij als een welopgevoede hond elke halve trap rustig naar beneden en maakte mij zonder blaffen duidelijk dat de voordeur open moest.
Dat deed ik, want dàt was wèl de normale gang van zaken. Buiten gekomen boog Molly z'n koppie tot op de “Rotterdamse kinderkoppies” (onverslijtbaar basalt) en liet tot mijn stomme verbazing een levende muis los die wegschoot onder de ijzerberg.
Vervolgens draaide hij z'n kop om en keek me aan met zo'n blik van: “gaan we nou nog uit of niet?” En heel eerlijk beste lezer. Als schrijver verzin je een heleboel maar dit toch echt niet. waarom zou ik? Het gebeurde echt.
Van Molly heb ik toen hij zeven was afscheid moeten nemen. In de achtertuin van ons huis in Gorkum. Dat nu het hospice is. Molly had suikerziekte. Niet zo vreemd na een leventje met zoveel slecht grote-mensen-voedsel van kort na de Grote Oorlog. Je zult toch hopelijk wel begrijpen: dit krijg ik nooit meer uit mijn geheugen. Ook mijn tranen niet daar in de achtertuin…
En misschien had ik dit ook nooit durven vertellen als mijn moeder later niet bevestigd had dat Molly boven iets heel snel opraapte…
Wacht even… ik was jullie heel iets anders aan het vertellen…
Met een kwartje op zak toog het jongetje van acht op weg naar de kapper. Lopend, want dat spaarde een duppie uit voor de tram. Lijn 1. Van Honingerdijk naar Dat was gewoon. Wie lopen kon die liep zo'n stukje.
Even voor de niet Rotterdammers onder jullie: dat was dus de hele admiralieteitskade af, links langs het Oostplein met z'n molen zonder wieken, en oversteken over de rails van lijn 4. En verder via het Groenendaal tot aan het Beursstation. Nu weer “Blaak” met de Kubuswoningen daarachter. Want onze kapper huisde wegens gebrek aan bedrijfsruimte onder het station.
Hij kende me uiteraard en zette nét geen bloempot op mijn kop. Trouwens wat had mij dat kunnen schelen. Maar dit keer was hij wat verstrooid en deed, voordat ik het kon voorkomen, een klodder brillantine op z'n handen en wreef die uit op mijn door moeder net gewassen haren. En als ik toen al, nu nog trouwens, aan iets de pest een had, dan was dat zo'n vette plank op mijn kop. Maar ja, wat durfde je, na toch al gedane zaken nog in te brengen bij mijnheer de kapper… niks dus. Hij kreeg z'n kwartje en ik liep de weg terug. Alsmaar bedenkend hoe ik die rotzooi (een woord dat ik toen waarschijnlijk nog niet kende en zeker niet hardop mocht zeggen) uit m'n pas gewassen en geknipte haren.
Mijn moeder kende mijn aversie uiteraard en heeft alle mogelijke middelen van die tijd toegepast om des kappers misverstand in het vergeetboek te doen belanden. Dat waren er trouwens toen maar drie: Sunlightzeep, één of andere ontvetter en Persil want dat was er al wel. En misschien ook wel wat Vim dat immers “wel kon schuren maar niet krassen.” Volgens de reclame-slagzin die als spreekwoord in de Van Dale terecht is gekomen. En een aantal jaren later: 99 procent van de huishoudbacteriën om zeep hielp. Tjonge, wat was de briljantine hardnekkig, zeg.
Hebben jullie trouwens wel een hele oude film gezien met Doris Day en Carry Grant of zo? Wat moeten die acteurs toen geleden hebben met bij elke opname zo’n briljantine-kop.
21.09.2026
