Morgen is het de 10e juni

09-06-2026

Brieven aan Rietje

Ik weet het. Daar zou ik wel tegen kunnen. Heb ik altijd gezegd. Tegen van die fatale datums die bij nabestaanden in hun geheugen zijn gegrift. En sombere gedachten triggeren. Voor de rest van hun leven. Dat heb ik niet, zeg ik altijd. Ik weet ook niet wanneer precies mijn ouders zijn gaan hemelen. Ik weet zelfs het jaar en de dag niet meer. Wel hun leeftijd toen: 73 en 81. En het jaar dat ze geboren zijn: 1907 en 1908.

Maar 10 juni zal me nooit meer ontgaan. Elke dag vanaf de eerste van deze maand. Pijn? Niet meer dan elke dag van het afgelopen jaar. Maar als ik dan even naar jouw foto kijk, dan geeft dat meer een vertrouwd gevoel dan iets van een groot verdriet. Op die foto kijk je naar mij. Bijna heimelijk. Wetend dat ik niet terug kan kijken. Bezig met varen. Je zou jouw blik liefdevol en tevreden kunnen noemen. En alleen voor mij bestemd. Dat tempert nu ook mijn rouwgevoelens. Eigenlijk heb ik die niet of nauwelijks. Dat hoeft ook niet. Rouwen heeft iets van achter de rug moeten hebben. En dat wil en kan ik niet. Soms wel van die vlagen nou zie jou ik nooit meer. Ik ben en blijf alléén de volgende paar jaar. Hoe doe ik dat? Maar voor een geboren hypochonder is 87 jaar een soort van wereldrecord. Het is fijner om zo door te gaan dan om afscheid te moeten nemen. Het helpt me ook. Als ik voor een keuze of zelfs voor een dilemma sta dan weet ik tien tegen één best wat jij ervan zou vinden. En zo doe ik het dan meestal ook.  Dat helpt.  

 Ik ben kennelijk als schrijver geboren. Maar ontdekte dat een beetje laat. Ik dènk namelijk in geschreven teksten. Vanaf 's morgens vroeg. Nu dus ook. Dan hobbelt m'n brein van de ene ingeving naar de andere. Soms wel elke seconde één. Meestal als gevolg van een associatie. Ik moet steeds weer kiezen want zó snel kun je niet schrijven. En zit of loop ik intussen iets anders te doen. Koffie te zetten of zo. Zónder cafeïne. Want misschien dommel ik straks weer even in. Dat geconcentreerd gedreutel met creatieve ideeën maakt ook dat elke afleiding het proces verstoort. Dat is een bekend fenomeen in schrijversland. Jij vond het ook niet altijd leuk. Maar je wende er gelukkig wel aan. Dat had je ook nog voor me over. 

Straks om negen uur belt Freek. Dat heeft-ie me gisteren beloofd. Dan neemt hij mijn computer over. Alsof we naast elkaar zitten en niet op 150 km afstand. Maakt niks uit. Onze telefoons liggen open en er flitst een pijltje over m'n scherm terwijl mìjn muis doodstil ligt te wezen. Freek “repareert" wat ik niet kan of heb verprutst. Zoals je weet dateert onze verstandhouding uit een vér verleden. We werkten voor hetzelfde blad. Max was geen aardig man en Freek nog jong en kwetsbaar. Ik allang niet meer. Dus zei ik Freek precies wat ik dacht. Dat heeft 'm toen wel geholpen, denk ik.

Nu helpt hij mij vanuit Nijmegen. Waar hij sinds een paar jaar woont met zijn Spaanse Eva en twee bijna volwassen jongens. Een zeer geslaagde tegenhanger van Ik Vertrek. “Ik remigreer” zou je het kunnen noemen. Tot mijn grote geluk. Want zonder hem zou ik onmogelijk kunnen wat ik nu doe: schrijven op elk moment van dag of nacht. Waar of ik ook ben.
“Het is 08:51 uur” verklapt mijn iPhone. Ik kan jouw achtergebleven iPad maar beter voorbereiden op de ingreep. Anders moet Freek onnodig wachten. En hij heeft het razend druk…

… inmiddels is je gewezen tablet weer wakker uit z'n therapeutische verdoving. En doet hij waarvoor ik hem heb laten behandelen. Hij is groter dan mijn iPad Mini. Dat is toch wel handig op mijn leeftijd. En zeker met het WK op komst!

Vanmiddag praten Diny en ik verder. In Zwiep. In het restaurant van onze vrienden daar. Waarvan de kinderen ons opa en oma noemden. We praten dan over het afgelopen jaar. Diny was onze, toen kort geleden gepensioneerde, ziekenverzorgende. Maar ze was en is nog veel meer. Beter dan menig psycholoog die wèl voor dat vak heeft gestudeerd.

In die verschrikkelijke week, nu precies een jaar geleden, kwam ze elke dag "even op de koffie". Alsof dat vanzelfsprekend was. Ze zag kans om dan mijn uitgeputte accu weer op te laden. Voor de volgende vierentwintig uur. En dat maal negen. Mantelzorg gebouwd op liefde is vierentwintig uur aanwezig. Hoe goed de professionele zorg ook is, daarin is voor hen niet te voorzien. Diny hield me op de been. Zij was de sleutel tot vermogens die je niet bij jezelf vermoedt. Ook niet voor de tijd daarna. Dat ervaar ik nu. Eén dag vóór de tiende juni.


9 juni 2026


Share