Nico met de geitenwollen sokken

13-01-2026


Rietje was net aan het bijkomen uit de narcose toen mijn buzzer zich aandiende. Dat was toen DE manier om iemand terug te laten bellen. Waar die zich ook maar bevond. In dit geval diende ik contact op te nemen met een psycholoog waarbij ik Rik zojuist had afgeleverd. Door mij ook wel aangeduid als Nico-met-de-geitenwollen-sokken. Hetgeen de gemiddelde lezer vast al wel genoeg zegt. Of ik maar zo snel mogelijk terug wilde komen. Het had veel weg van een bevel.

Dilemma.

Bleef ik bij Rietje die blij zou wezen om in mijn bijzijn wakker te worden? Of ging ik naar haar zoon die kennelijk in de penarie zat bij Nico. Ik koos voor het laatste omdat Rietje ook zou willen dat ik dat zou doen.

Ik legde de situatie uit aan de hoofdzuster van de uitslaapzaal in het toenmalige Anthonius, die mij ervan verzekerde dat het met Rietje wel goed kwam. En die beloofde me direct te zullen "buzzeren" als dat onverhoopt en onverwacht niet het geval zou zijn.

Dit zijn van die momenten dat je er bijna alles voor over zou hebben om op twee plaatsen gelijk te kunnen zijn…

Nico ontving me voor zijn doen nogal geagiteerd. Een houding waarop hij totaal geen recht had. Gezien zijn opleiding en functie. Hij kon niets meer met Rik beginnen deelde hij mij kribbig mee. Iets wat je van een goeie zielenknijper toch totaal niet mag verwachten. Integendeel...

Voor mij was dat zoiets als de Wegenwacht die bij het constateren van een lekke band zegt: "als ik u was zou ik de importeur nu maar bellen. Ik doe hier niks aan." Maar het hielp wel. Ik was zonder verdere uitleg meteen al op de hand van Rik, die zich wat op de achtergrond had teruggetrokken.

"En wat nu?" vroeg ik aan vakman Nico.

"Ik bemoei me hier niet meer mee." (Dacht ik het niet?)

"Lekker is dat. Dus als jij als deskundige ergens geen gat meer inziet dan laat je een patiënt gewoon barsten. Met z'n hele familie erbij..."

"Zo moet u dat niet zien", antwoordde Nico narrig.

"Zo zie ik het wel. Jij kunt een situatie niet aan en dan bel je een volstrekte leek om die vervolgens, samen met de aan jou toevertrouwde patiënt, het bos in te sturen…

"Ik heb het AZU gebeld, maar daar hebben ze geen plaats".

"Of ze vinden jou daar ook een suffe sok geitenwol". Het was eruit voordat ik het wist. Maar hij begreep me gelukkig niet. Denk ik. Schuin achter Nico zag ik Rik uit z'n lethargie ontwaken. Kennelijk had hij onze dialoog wel degelijk gevolgd. Ik meende zelfs een lichte grijns te zien. Misschien had ik psycholoog moeten worden en Nico vooral niet.

"Nou, dan bel je al de andere ziekenhuizen en instellingen in de omgeving tot je er één vindt waar ik met Rik terecht kan." Nico aarzelde overduidelijk...   

"En wel NU."

Zelfs in dienst had ik zo'n optreden nog nooit nodig gehad. Maar het ging hier wel om de zoon van mijn Rietje die zelf nog half in coma lag. En om Rik, voor wie het laatste jaar wel heel erg traumatisch was verlopen. Als je alles bij elkaar optelde. En dat wist Nico duvels goed. Als hij goed naar Rik geluisterd had tenminste.

Nico verdween door een deur waarachter ik een bureau met een telefoon vermoedde. De uitgang was gelukkig de andere kant op. Dus weg gelopen kon hij niet zijn…

"Hoe was het met ma?" vroeg Rik.

Daarmee te kennen gevend dat ook haar situatie hem allesbehalve koud liet.

"Ze was net aan het bijkomen, Rik. De operatie was goed verlopen. Ze zorgen daar erg goed voor haar. Nu jij nog."

"Ik weet ook niet wat er met me is" bekende hij, "maar Nico werd kwaad op 't laatst. En toen zei ik maar helemaal niks meer."

"Ik hoop dat hij echt een geschikte locatie vindt", merkte ik op. "We moeten toch iets doen…" Rik knikte. 

En Nico kwam terug alsof hij olie had aangeboord.

"Hij kan terecht op Overvecht. Elfde verdieping. Ze verwachten jullie daar."

Dat jullie liet ik maar zo. Blij dat ik z'n patiënt niet was. En blij dat we hier weg konden.


Het pretentieloze ziekenhuis met dezelfde naam als van deze, te snel uit de grond gestampte Utrechtse nieuwbouwwijk, (waar dit instituut nog altijd boven alles uittorent) stond niet bekend als aanbevelenswaardig. Maar Rik en ik moesten het er voor vanavond maar mee zien te doen. Eén voordeel: als je de weg wist was Maarssen binnendoor goed te bereiken.

Achteraf bleek de elfde verdieping in medische kringen bekend maar ook berucht. Waardóór, dat zouden we snel te weten komen nadat de metalen stem van de lift onze aankomst op juiste verdieping had gemeld. Nog even door wat schuifdeuren en we bleken ter plekke gearriveerd.

De sympathieke jongedame achter de balie had ons kennelijk verwacht en zat gereed met pen en papier om Rik in te schrijven in een nieuw dossier. Desgevraagd zette ik ook alvast mijn handtekening voor opname.

Daarna verzocht ze ons om plaats te nemen in een soort van spreekkamertje enkele deuren verderop.

Ze vertrok met de woorden "het dienstdoend hoofd psychiatrie komt er zo aan."

Dat "zo" namen we bij voorbaat al met een flinke korrel zout want de figuur die zich het eerst meldde was zonder twijfel een zwaar gestoorde patiënt. Te beoordelen naar de zwart gebatikte sektejurk, het slordige halflange grijs doortrokken kapsel met een kale plek ter hoogte van de kruin, de stoppelbaard en een fondsbrilletje dat in militaire dienst betere tijden had gekend.

En wie nu denkt dat ik dit zwaar zit te overdrijven die moet ik er van zien te overtuigen dat dit allemaal écht zo was. Heus waar. En dat hij - want het bleek een hij - zijn hand uitstak met de woorden "mijn naam is dokter Jansen en dat moet dus Rik van Zuidam zijn."

Dat Jansen heb ik verzonnen want ik had hem niet verstaan. Geen nood, we zouden het voor deze avond ook wel met "de Jurk" kunnen doen. Nog wat later bleek Rik het daarmee eens.

Mijn aanwezigheid als niet eens geregistreerd familielid werd verder niet op prijs gesteld. En tenslotte moesten er wat persoonlijke zaken worden gehaald om voor Rik tenminste één overnachting mogelijk te maken. De Jurk zou Rik wel verder op zijn gemak stellen middels een eerste intakegesprek.

Rik knikte. Ook hij zag er enigszins verbijsterd uit maar vermande zich nadat ik hem met klem had beloofd: "ik ben zo terug".

Thuis was de spanning voelbaar want er was aanzienlijk meer tijd verstreken dan nodig was voor een ziekenbezoek aan Rietje en het brengen en halen van Rik.
Ik probeerde in het kort uit te leggen dat beide zaken onder controle waren, maar dat ik als de hazen terug moest met wat spullen voor Rik z'n eerste overnachting in genoemd instituut. 

Ludy en Tes kwamen al snel terug met een tas waarin ik een pyjama, wat schone kleren en een tandenborstel vermoedde. 
Maar de indruk die Mark van mij kreeg dwong hem om heel beslist te zeggen:

“Pa ik rij wel en blijf net zo lang op dat parkeerterrein totdat jij bij Rik weg kunt.”