Rozen en Rode Wijn?

p
Nadat Theo en ik de Fritsen uitgeleide hadden gedaan en waren voorzien van een lijst met die middag afgesproken huiswerk, was het zaak om ergens vandaan alsnog een flinke bos rozen te veroveren. Wellicht had ergens een winkel al ingekocht voor morgen. Zaterdag. Ik schoot raak in Breukelen en kon ze over uurtje kant en klaar, besneden en geschikt in chique vaas ophalen.
Dat was een prestatie op zich want dit speelde zich af in een tijd van ver voor de geautomatiseerde middenstand. We hadden de pinpas nog niet eens geïntroduceerd. Trouwens, verse bloemen kant en klaar binnen het tijdsbestek van een uur zou nu nog steeds een hele prestatie zijn.
Maar Rietje was dat meer dan waard, want zo onnozel en naïef was zelfs ik niet, dat ik nog dacht dat ze beneden in de kinderkamer zou willen logeren…
Toen ik terugkwam van het ophalen, had ik het geluk dat ik mijn auto altijd beneden vlakbij de keukendeur parkeerde en de hele vracht mèt vaas en al ongezien, en in één keer door, in de voorraad ruimte op de wasmachine kon laten acclimatiseren.
Niet dat mijn afspraak een diep geheim hoefde te blijven - ik wóónde privé toen tenslotte ook al een tijd op Terra Nova - maar zo direct onder aandacht van iedereen, hoefde het nu ook weer niet.
Doch wat nu? Op de vrijdag was het, zeker na zo'n succesvolle bespreking, toch wel even goed voor het onder-ons-gevoel, om met z'n zessen samen met een glas in de hand beneden in de vroegere biljartkamer de week uit te luiden. En het was ook onderling een heel hecht clubje dat altijd klaar stond om iets wat beloofd was, ook goed en op tijd voor elkaar te krijgen.
Alleen Salco, fotograaf en geluidstechnicus, was al naar huis want aan de Sabbath valt niet te tornen.
Dat had ook een aangename keerzijde want behalve de wekelijkse Sabbath had hij, als zoon van orthodoxe Rabbijn, veel meer vrije dagen dan wij. Dus als de anderen eens extra weg wilden blijven, en het werk liet dat toe, dan was Salco vrijwel altijd de pineut. Maar zo voelde hij dat zelf kennelijk niet. En zo was het onderling ook goed afgesproken.
Doch er was nog iets: sinds ik voor werk en in privé aangewezen was op Terra Nova, vonden ze het soms toch wel een beetje sneu om mij, zo vlak voor een eenzaam geacht weekend, pats boem in de steek te laten. In gezelschap van niemand meer dan onze twee katten. Genaamd Archibald en Olivier.
Edoch, mocht ik hebben gedacht dat met name Edith wel iets vermoed had, dan was dat kennelijk toch niet zo. Maar ik had ook weer niet de behoefte om te zeggen: "Ophoepelen jongens, want ik moet mijn nieuwe vriendin ophalen". Dat hield ik toch liever nog even voor mezelf. In feite toch ook niet zeker wetend waar dat telefoontje van vanmiddag echt op uit zou kunnen draaien. Zo handig en ervaren was ik in dit soort dingen nou ook weer niet. Helemáál niet trouwens. En ditmaal waren mijn kinderen al naar andere bestemmingen. Omdat ik officieel al wel die 'zakelijke' eetafspraak had met Rietje, had ik hen eerder die week al laten weten die vrijdagavond niet aanwezig te kunnen zijn.
Bovendien, ik vond het nogal wat, want je gaat toch twijfelen: zou Rietje dit echt wel zo bedoeld hebben? Dat kon ik mij bij nader inzien toch nauwelijks voorstellen. De speelse gebeurtenis in het donkere halletje was inmiddels al minstens een maand geleden. En nu opeens dit? En bovendien wilde ik dit eigenlijk zelf wel? Ik had toch het vaste voornemen om nooit meer… Nou ja, de toekomst zou het leren. Ik had al zo vaak ervaren dat het leven zèlf voor jouw de beslissingen wel neemt. Ook al had je totaal iets anders verwacht. En was je dus wat er wèl gebeurde eigenlijk helemaal niet van plan…
"Tja," verklaarde Rietje later openlijk in een gezelschap van enkele vrienden en bekenden, "als ik op hém had moeten wachten dat was ik eenzaam oud en grijs geworden." En daarmee was voor haar toen dat vraagstuk afgehandeld.
Maar zover waren we nu nog niet. De houtblokken moesten nog in de open haard, de bloemen vanuit de berging naar boven, kaartje er aan met een beetje romantische tekst. Maar toch ook weer niet al te gek. Anders stond ik toch misschien al meteen voor aap…
Gelukkig had iemand van ons clubje toch elders ergens een ontmoeting afgesproken en druppelde de rest ook naar hun respectievelijke auto's. Niet nadat men mij voor mijn gevoel nogal nadrukkelijk een fijn weekend toegewenst had. En Edith met haar speciaal gevoel voor humor: "En ga maar lekker vast aan het werk. Ik tik het maandag wel weer uit."
Even dacht ik dat ze met haar vrouwelijke intuïtie in combinatie met dat telefoontje van vanmiddag toch iets had aangevoeld. Maar nee, dat kon niet zomaar het geval zijn. Omdat als ze het wel had geweten, ze de rest al minstens drie kwartier eerder tactvol zou hebben weggewerkt.
Nee, dacht ze waarschijnlijk, uit eten gaan met een, weliswaar vriendschappelijke bekende, dat begint niet voor een uur of zeven en zeker ook niet hier op Terra.
1984 was ook nog ver vóór het naar je werk te gaan in spijkerbroek. En dus was ik vrijwel altijd verzorgd gekleed in een nette broek met vouw, en meestal in wit overhemd met das. En dat dan weer afgewerkt met altijd een ietwat exclusief en redelijk zeldzaam colbertje van Alcantara. Die had ik in de meeste van de bestaande kleuren. En was dus daarmee toch ietwat wat afwijkend van de doorsnee witte boorden klasse. Waarom? Omdat ik welbewust toch iets wilde laten zien van het gegeven dat mijn accent lag op het terrein van het creatief presteren. Maar niet zover kon gaan dat ik met ringbaard, coltrui en lange haren de artiest wilde uithangen. Nogmaals waarom? Omdat de mensen die je ontmoet - of je nou bootwerker, boer, chirurg of minister bent - in je voorkomen toch iets willen herkennen van wat je bezigheden en belangstellingen zijn. Dat moet gewoon kloppen. Zeker als men weet dat je zegt en bewijst verstand te hebben van imago-vorming
Oktober 1984
“
