Samen op weg naar de Toekomst

Rietje at nooit veel. Dat kon ze eenvoudig niet. Het moest ook langzaam en dan nog wist iedereen aan tafel dat ze altijd probeerde om de lekkerste overschotjes bij tafelgenoten onder te brengen. En anders ging er veel mee naar onze eigen koelkast thuis.
Maar die avond kwamen we niet zo ver.
Het voorgerecht dat ging nog. Al zou ik totaal niet meer weten wat het was.
Voordat het hoofdgerecht zou worden opgediend - of het was al onderweg - herinnerde ze zich dat ze nog even moest telefoneren. Ik weet ook niet wie en waarom. Maar ik realiseer mij nu wel het achteraf geweldig te vinden dat zelfs de draadloze GSM toen nog niet bestond.
Rietje ging dus naar de voor telefoneren bestemde ruimte.
En ik voegde me even bij Mieke aan de doorgeefbar.
Zeg ik tegen haar open en eerlijk als een soort van biecht:
Mieke, ik geloof dat ik verliefd aan het worden ben…
En Mieke antwoordde meteen met een lach van oor tot oor: “Als jij denkt, dat er hier in deze overvolle ballentent nog iemand is die dát niet in de gaten heeft…”
Sorry Mieke maar dat woord heb je echt gebruikt.
Voor zover ik mij herinner is er van heerlijk eten niet veel meer terecht gekomen. Als het al werd opgediend. Misschien is dat wel gebeurd toen we allebei even wat anders deden. Sorry, Pieter.
En van betalen is toen ook niet veel terecht gekomen, maar ik denk dat Mieke en Kees dat helemaal niet meer hadden verwacht. Tenslotte had ik daar ook een lopende rekening en zij wisten uit ervaring hoe dit voelde. En bleken daar later ook verschrikkelijk blij om te zijn. Voor ons allebei.
Nog geen kwartier later parkeerde ik de auto achter Terra Nova. Zo konden we door de keukendeur naar binnen. En via de trap en de hal naar de Grote Zaal.
Rietje had ze meteen in de gaten: Oh… Wat een mooie Rozen! Ze bekeek ze van heel dichtbij en draaide het kaartje om waarop ik toch maar had geschreven: VOOR JOU…
Met het kaartje naar zich toe gedraaid, herhaalde ze die woorden hardop alsof er daar ook nog iemand anders was dan alleen wij samen. Of haar dat echt zo enorm verraste weet ik ook niet. Ze acteerde zo iets nooit. Dus zal het toch van wel. Maar de tandenborstel had z'n werk echt wel goed gedaan. Want terwijl ik probeerde de haard aan te krijgen, kwam het tot de eerste echte kus zoals die al eeuwenlang bedoeld moet zijn geweest en ze fluisterde:
Zullen we toch maar niet liever éérst naar boven gaan…?
Ik geloof dat we heel veel later toch beneden weer bij de open haard van de rode wijn hebben gedronken. Maar dat kan ook de week daarna zijn geweest.
Het kan ook zijn dat ik de wijn met glazen naar boven heb gehaald.
Ook dàt weet ik niet meer zeker.
Maar ik weet wel dat bijna tweeënveertig ongekend gelukkige jaren op weg naar een perfect huwelijk, toen begonnen zijn.
23 januari 2026
