Te laat. Maar niet voor wat nu volgt…

Ik was maar 14 minuten te laat in de Abel Tasmanlaan. Geen beste beurt. En Ludy had haar mama halfplagend al voorspeld - zo hoorde ik later - dat ik nu wellicht helemaal nooit meer zou komen. Vanwege die tekst over de, door de kinderen serieus gewraakte, tandenborstel. "Mam, dat zèg je toch niet." Wie z'n moeder zegt zo iets nou tegen een wildvreemde man?
Antwoord? Rietje natuurlijk. Die zat haar hele leven al zo in elkaar. Zich nooit afvragend of haar spontaniteit soms ook wel eens verkeerd zou kunnen worden opgevat.
"Het is toch wáár!" zei ze dan verongelijkt.
Haar oprechtheid was oneindig spontaan en verfrissend. Daar kon niemand tegenop. En iedereen wist meteen waar hij of zij aan toe was. Nu ik er goed over nadenk heb ik in éénenveertig jaar nooit meegemaakt dat ze ook maar met iemand ruzie had. En zeker niet met mij. Dat moet toch wel absoluut uniek zijn op deze wereld.
Wat een bijzondere vrouw eigenlijk. Maar dat wist ik al een tijdje.
En ik had voor minstens twee huwelijken ruzies achter de rug. Deze ontmoeting kon dus eigenlijk geen toeval meer zijn. Maar dat vermoedde ik toen al een tijdje. Dit is te veel toeval om nog toeval te kunnen zijn. Dat was en is dan soms wat ik denk en gewoonlijk ook hardop zeg.
En natuurlijk kwam ik wel. En zo wildvreemd was ik al een hele tijd niet meer. En natuurlijk had Rietje's intuïtie toen ook al gelijk. Dat zou bij elkaar éénenveertig jaar zo blijven. Maar zo exact kon niemand dat toen nog vermoeden. De moeder van alle toeval misschien. Als die bestaat.
"Luud hou op. Natuurlijk komt-ie. Daar vergis ik me niet in. Maar nog geen vier uur geleden bel ik hem op. En zeg iets dat z'n hele leven kan veranderen. Hij is veel te serieus om dat anders op te vatten dan dat ik bedoeld heb. Ik snap zelf ook nog niet dat ik dat zomaar durfde. Eigenlijk schoot het er zomaar uit. Ik wist gewoon niks beters. Toch wel een beetje van zenuwen denk ik. Maar jullie kwamen zelf met het voorstel. Van dat blijven logeren. In verband met dat thuisbrengen. Dus waren jullie het er wel degelijk mee eens. Althans, dat heb je echt gezegd: Ad wel…"
En kijk zelf maar: daar heb je 'm…
Ze kwam al naar buiten voordat ik aan het eind van de straat de auto had weten om te keren. En zwaaide ietwat triomfantelijk - maar dat begreep ik later pas - naar de ramen van het gemütliche, Zwitsers lijkende en dus grotendeels uit hout opgetrokken chalet op nummer 7. Ik zag nauwelijks kans haar deur open te houden of ze zat al voorin. Met een kleine tas aan haar voeten.
Ik begon wéér te twijfelen: zo klein…?
"Groot genoeg voor een tandenborstel", verraadde ze meteen dat ze me daar wel naar had zien kijken. "Je vond het toch niet erg dat ik dat zei? Die heb ik bijna altijd bij me…"
En toen wist ik dus wéér niet waar ik met haar aan toe was.
"Sorry dat ik wat laat was", excuseerde ik me ietwat klungelig, "maar mijn clubje op Terra blijft op vrijdag soms nog even wat hangen. En ik wilde ze nog niet wijzer maken dan ze toch al zijn. Dat is het nadeel van boven je eigen bedrijfje wonen."
"Luud en Rik zaten me al bang te maken vanwege die tandenborstel."
"Hoezo bang te maken?"
"Dat je daarvan zo geschrokken zou kunnen zijn dat je toch maar liever niet kwam."
O, dus dat was daar binnen ook al onderwerp van gesprek geweest. Ik vroeg me onwillekeurig af hoe ik het als tiener zou hebben opgevat als mijn moeder zo openhartig met die dingen zou zijn omgegaan. Zeker als het potentieel een nieuwe vriend betrof. Maar haar kinderen moesten ze daar toch wel aan gewend zijn?
En weer raadde Rietje mijn gedachten.
"De tijden zijn veranderd, Ad, zij mogen alles en wij mogen niks.”
“Hoewel… ze begonnen echt zelf over dat blijven logeren. En ik weet ook best wel waarom. Als Steven en ik samen uit eten gingen, dan moest ik vaak terugrijden. Dat deed ik niet graag want ik ben hartstikke nachtblind, maar het kon soms niet anders."
"Dus ze waren bang dat jij met mijn auto de Vecht in zou kunnen rijden?"
"Ze wisten het gewoon niet en ze zijn best wel zuinig op hun moeder. Nu zeker. Ze hebben vriendjes waarvan de ouders toen samen zijn omgekomen op Tenerife. Bij dat enorme vliegtuigongeluk op de landingsbaan.
"Wat erg… Ik zal ze niet teleurstellen hoor, maar bij mij hoef je nooit te rijden als je dat niet wilt. Ik ben alleen maar kleurenblind. Dus ik zie juist beter in het donker."
"Is dat echt waar?"
"Wat? Dat kleurenblind zijn of dat beter zien? Ja, dat is allebei echt waar. Want Indianen zijn vrijwel allemaal kleurenblind en juist daardoor zulke goede verkenners. Nee, ik houd je niet voor de gek. Dat hebben ze ontdekt in het Amerikaanse leger. Maar ik ben niet zo heel erg kleurenblind, hoor. Alleen maar op rood en groen. Als ik het zelf niet zeg dan merkt niemand dat. Zelfs bij het uitzoeken van dia's en drukwerkproeven niet."
"Het lijkt me in zekere zin best handig eigenlijk".
"Dat is het dus ook meestal wel. Alleen kreeg ik dáárdoor geen militair rijbewijs. En iemand die nachtblind is wel, want daarop wordt niet onderzocht."
"Nou ja, als we uitgegeten zijn dan hoeven we alleen maar van 't Kompas naar Terra Nova. En dat lijkt me wel een belevenis. Wel gezellig ook trouwens."
En wéér wist ik niet waar ik aan toe was… Gezellig was geen woord dat bij die tandenborstel paste. Maar ja, ik was nou ook niet de figuur die recht voor z'n raap durfde vragen: wil je nou in de kinderkamer slapen of bij mij boven?
We waren inmiddels vóór Loenen al rechtsaf geslagen en vanaf daar is Oud Loosdrecht nog maar een klein stukje.
"Kan ik m'n tas gewoon in de auto laten?" Vroeg ze na het parkeren, "Mijn handtasje neem ik wèl mee. Daarin zit ook mìjn portemonnee. Want zoals afgesproken: ik betaal."
Dat ook dit weer eens heel anders zou verlopen dan gedacht, was zelfs op dit moment nog onvoorspelbaar, maar van dat op haar manier betalen zou weinig komen…
Het was lekker warm daarbinnen en het was ook al lekker druk. Ober Pieter nam Rietje's jasje in ontvangst en ging ons voor naar de hoek waar het voor ons gereserveerde tafeltje stond. Dat had ik dan ook precies zo door de telefoon aan Mieke gevraagd. Ik kwam daar veel, maar zelden of nooit in gezelschap van een dame. Mieke zwaaide voorzichtig naar me, vanachter de doorgeefbar, maar bleef toch ook heel eventjes nogal nieuwsgierig naar ons kijken. Alsof ze de situatie probeerde in te schatten. Dat zag ik best.
Doordat ik in hun achtergelegen "Motel" vaak dagen en nachten aan scripts zat te werken wisten we veel van elkaar, Mieke en ik. En haar man Kees natuurlijk ook. Zelfs onze witte wijn op Terra kwam hier vandaan. Mieke bestelde dan gewoon een aantal dozen extra van hun huiswijn. Want die vond ik héérlijk. En onze gasten, op elke derde donderdagavond van de maand, waren het daar roerend mee eens. Die dachten vast dat die wel erg duur moest zijn. Mooi niet, maar Kees van der Wiel was ook nog sommelier.
Ze zag er weer fantastisch uit, mevrouw Rietje van Zuidam, maar dat was eigenlijk altijd wel zo. Door haar slokdarmkwaal, en de operatie van het jaar daarvoor, bleef ze tot nu toe erg slank. Maar bij haar lengte paste dat maatje zesendertig wel. En wat rond moest zijn was toch wel rond. Ze had me ook allang daarvoor verteld dat die maat wel handig was bij het kopen van kleding. Bij uitstek de modellenmaat voor slanke vrouwen en wat oudere meisjes. En ik wist ook dat een groot deel van haar kleding uit een tweedehands kledingwinkeltje kwam. Ze kwam daar zo vaak dat ze met de eigenaresse bevriend was geraakt. Eigenlijk had Ritie Toelanie daarmee het Kringlopen uitgevonden. Ook Ritie was een bijzondere vrouw. Een Brabantse met een heel erg donkere man zonder Afrikaanse trekken. Zijn over-over grootvader kwam daar wel vandaan en was van de stam der Foelanies. Vandaar hun huidige achternaam: Toelani. Jules had in Indië / Indonesië erg veel meegemaakt en was zelfs door Soekarno-aanhangers op het laatst bijna met zes messteken doodgestoken. Terwijl hij inmiddels toch al generaties lang autochtoon was.
Zo dachten ze daar dus over een nakomeling van slaven. Nee, als je het over ons "politie-leger" had, moest je de daden van Soekarno c.s. ook zeker maar niet uitvlakken. Via Jules weet ik daar nu veel méér van.
Toen daar in 't Kompas nog niet.
We vroegen Pieter naar dezelfde witte huiswijn die mij "thuis" al zo bekend was. Ja, dat was ook zo iets: Rietje had me al geleerd vanuit haar leven met Steven, dat je het met de huiswijn best kon doen in een restaurant. Geen verstandige Chef-Kok laat zijn creaties door de wijn verpesten. Dus is de kwaliteit daarvan vrijwel altijd uitstekend maar tegelijk ook goedkoop. Dure wijnen kwamen later wel aan de beurt. Naarmate de maaltijd vorderde. Zo had Steven haar geleerd.
En via Rietje nu mij dus ook.
Oktober 1984
