Thee met beschuit

Nog maar kort wakker op een zondagmorgen. Wendela zit op een stoel bij het raam aan het voeteneinde van mijn bed. Trudy komt binnen met een dienblad en daarop thee met beschuit. Iets wat ons in dit drukke gezin met al die afspraken, hockeyweekends en onregelmatige diensten niet vaak overkomt.
De vorige avond zijn we laat thuis gekomen en direct doorgelopen naar boven. Trudy heeft wel een paar favoriete bezigheden, maar bij thuiskomst iets opruimen hoort daar niet bij. Meestal ligt er her en der wat kleding over een stoel en zwerven haar laatst gedragen schoenen ergens naast 't bed. Daar liggen ze nu ook. Recht in de doorloop van de deur naar het tafeltje tegenover háár voeteneinde. Dat is nog nooit fout gegaan. Nu wel. Dienblad, thee en beschuitjes zeilen door de kamer met Trudy er struikelend achteraan.
Doodse stilte.
Ze staat ongedeerd weer op, maar de vraag is: wie krijgt de schuld?
Hoe ze kans ziet om Wendela dit in de schoenen te schuiven, weet ik niet, maar als iets onmogelijk is, dan is het dat. Tenzij Wen over kinetische gaven beschikt, maar dat zouden we dan toch wel veel eerder gemerkt moeten hebben…
Trudy en ik hadden al heel lang geleden afgesproken, dat we elkaar niet zouden afvallen als het om de kinderen ging. Doe je dat wel dan is je gezag als opvoeder heel snel whisfull thinking. En daar hadden we beiden geen belang bij. De kinderen ook niet trouwens.
Maar in dit geval werd er een grens overschreden die elke logica tartte.
Dus probeer ik heel rustig:
"Zullen we het daar straks maar even heel rustig over hebben...?"
"Ja, maar zij...".
"Trudy, dit kàn gewoon niet. Wen zit in de andere hoek van de kamer me gewoon wat te vertellen over paardrijden gisteren. Sorry, dat ik dit nu eens niet met je eens kan zijn."
Wendela vertrekt met gezwinde spoed en Trudy begint te redderen. De ruzie die ik toch wel een beetje verwacht had, blijft gelukkig uit.
Nieuwe thee met beschuit ook.
"De kinderen willen met ons praten". Trudy kijkt erbij of zo iets elke week wel een keer gebeurt. Maar dit is niet gewoon. Als ze iets op hun hart hebben dan vallen ze direct met de deur in huis. Ongeacht wat je aan het doen bent. Deze manier van audiëntie aanvragen heb ik nog niet eerder meegemaakt. En dat laat ik nu dan ook merken.
"Wie vroeg dat?"
"Wendela". Na vanochtend kon ik me dat wel enigszins voorstellen.
"Heeft ze er nog bij gezegd waar het over gaat?"
"Nee, maar ik denk dat het met vanmorgen te maken heeft".
"Dat denk ik dus ook. Zullen we ze maar meteen bij elkaar halen?"
Ik voelde wel aan dat kinderen, die zo iets vragen, met iets bezig zijn dat beter maar meteen uit de wereld geholpen kan worden. Dat gevoel zou ik als volwassene trouwens ook hebben.
"Tessa is nog niet thuis en die moet er wel bij zijn. Dat zei Wen."
"Nou, dan maar meteen als Tes thuiskomt…"
"Dat kan niet. Want ik moet werken vanavond. Ik moet zo weg."
"Kun je niet even bellen, dat je wat later komt?"
"Nee, en morgenavond kan ik ook niet." Het komt er een beetje kortaf uit. Zo van: vraag niet waarom! Ik ken dat seintje: ga daar nou maar niet tegenin want anders heb je een probleem.
"En wanneer kun je wel?"
"Dinsdagavond vanaf zes uur, maar dan zul jij hier nog wel niet zijn."
"Natuurlijk ben ik er dan wel. Al zou ik m'n afspraak met de Postbank af moeten zeggen. Het lijkt me nogal belangrijk. Ik snap niet…".
Ze onderbreekt me.
"Ik kan beter nu al gaan. Zeg jij even tegen Mark en Wen dat het dinsdagavond wordt? Direct na het eten." Ik knik. Trudy pakt haar sleuteltjes en verdwijnt. Ik realiseer me nu pas dat ze onder haar jas al in uniform is. Wit. Zoals dat hoort in de Zorg. In haar vak is ze goed. Heel erg goed. Dat zeg ik nu en dat zal ik altijd blijven zeggen.
Boven lijkt Mark zeker al een uur bezig met z'n huiswerk. Dat gebeurt niet zo vaak. Ik herken dat en kan er niet veel van zeggen. Na z'n Kerstrapport heb ik hem enkele vitale delen van zijn geluidsinstallatie laten inleveren. Hij protesteerde niet eens toen ik hem daarbij vertelde dat hij die "terug kon verdienen" door met Pasen betere cijfers te halen. Toen hij drie maanden later op z'n kamer was bracht ik hem alles terug. Hij keek me stomverbaasd aan en bracht er toch wel enigszins schuldbewust uit:
"Maar ik hèb helemaal geen betere cijfers dan met Kerst…"
"Weet ik. Het heeft dus niet geholpen. Dan kan ik alles net zo goed weer terugbrengen."
Stomverbaasd nam mijn zoon zijn bezittingen weer in ontvangst en dacht waarschijnlijk dat hij toch maar een erg onvoorspelbare vader had getroffen.
Toen zijn eindrapport weer net zo hopeloos was, heb ik hem geholpen naar een andere school te gaan. Ook dàt kwam me bekend voor. Maar besefte tevens dat mijn laatste psychologische poging het beoogde doel ook weer had gemist. En ik begon ook weer iets meer te begrijpen van wat mìjn vader heeft moeten doorstaan. Die had toen nog niet eens geweten dat zo iets ook goed kon aflopen met een zoon waar hij ook zo graag een beetje trots op had willen zijn. Als ik moest voetballen sloeg hij geen wedstrijd over. Daar was ik namelijk wèl goed in. Maar met sport kon je toen nog geen geld verdienen. Integendeel, mijn vader betaalde trouw mijn contributie, mijn tenue, mijn schoenen, de reiskosten… alles. Maar hij had me figuurlijk gezien "de poten gebroken" als ik voor die prestaties geld had aangenomen. Abe Lenstra was ook niet naar Italië gegaan. Zelfs voor acht ton nog niet. Helaas was ook in dit opzicht het lot hem noch mij goed gezind. Als veelbelovend op weg naar het eerste, sprong ik ergens op een slecht veld soepel over de keeper heen, belande roemloos met één been in een kuiltje en voelde ….. krak. Want dat voel je echt door je hele lijf. Nog voor het pijn gaat doen. Enkel gebroken, banden verrekt en gescheurd. Géén operatie in die tijd en dus drie jaar geen voetbal. Einde veelbelovende sportcarrière. Maar ook zonder dat was het met mij goed gekomen. Gelukkig had mìjn vader dat allemaal nog wel meegemaakt. Dus ik wist best: met Mark komt het ook wel goed. Láter. Als hij er zèlf aan toe zou zijn. Want aan z'n bovenkamer lag het niet. En aan zijn prestaties op het gebied van sport ook niet. Alleen, ik kon dat ene knopje maar niet vinden…
Ik peinsde me suf wat er nu in hemelsnaam zo belangrijk kon zijn dat de kinderen ons op afspraak wilden spreken? Maar moest toch dinsdagavond afwachten. Eén van hen daar tevoren iets over proberen te ontfutselen zou helemaal fout kunnen uitpakken. Zeker zonder Trudy erbij. Plus grote kans dat ik dan toch niks te horen kreeg. En Mark, Wen of Tes alleen maar in verlegenheid zou brengen. Dat voel je aan. Maar in de tussenliggende achtenveertig uur heb ik bepaald niet mijn beste prestaties geleverd.
Trudy had Nicola gevraagd om het eten nog wat eerder klaar te hebben. Zodoende zat iedereen rond zes uur aan een half afgeruimde tafel, Behalve Vera. Wendela iets wilde gaan zeggen. Maar ik was haar voor met de vraag of Veertje hier ook niet bij moest zijn".
"Nee", zei Wen, "die vinden we nog te jong. Die eet bij tante Lenneke."
"Oh", zei ik dom. De regie lag duidelijk niet bij mij. Wendela ging verder:
"We hebben het er met z'n drieën over gehad en we zijn het helemaal eens.
We houden van jullie allebei evenveel, maar als jullie denken dat we niets in de gaten hebben dan heb je het mis. Jullie zijn nu nog op een leeftijd dat je er nog wat van kunt maken. En daarom willen we dat jullie daar samen over gaan praten. Maar we willen wel zelf kunnen beslissen waar en bij wie we willen zijn.."
Ik was te verbaasd om op Trudy te letten. Ik had genoeg aan mijn eigen verbijstering. Had ik dit wel goed gehoord? Bestaan er kinderen die zo iets met elkaar kunnen overleggen en dan ook op deze manier onder woorden weten te brengen? Ik proefde wat Wen had gezegd nog eens en nog eens en nog een keer, maar kon er niets anders van maken. Wat ze van ons wilden viel maar op één manier uit te leggen. Toen al besefte ik dat dit woord voor woord voor altijd in mijn geheugen gegrift zou staan. En daar zou blijven. Al werd ik tachtig. Trudy leek ook wel verwonderd, maar verder kon ik geen wijs uit háár emoties. Als daar sprake van was.
Ik had ook een hele discussie verwacht maar die kwam er niet. Alles leek gezegd en uitgelegd. We hadden opdracht om ons huiswerk te doen. Punt.
Twee weken later zaten we bij Nol. En Nol is notaris. Hij is veel gewend. Of hij zag kans om zijn verwondering over deze gang van zaken goed te verbergen. "Een convenant dus. Dat kan natuurlijk. Is zelfs heel erg wenselijk als de kans bestaat dat jullie gaan scheiden. Je kunt er op voorhand van alles mee regelen. De rechtbank en de kinderbescherming zijn er doorgaans blij mee. Dan is het werk dat zij er aan moeten doen al gedaan. Maarrr… voor de rechter is een convenant een leidraad. En niet meer dan dat. Hij kan er van afwijken als hij dat belangrijker vindt. En daar heb je je dan aan te houden. In een goed convenant houden we daar ook rekening mee. Met de ervaring, beter gezegd de jurisprudentie waarvan we weten dat de rechters het liever zus of zo willen hebben. Hoe minder afwijkingen van de regels, des te minder kans dat er vóór de uitspraak nog iets aan wordt veranderd. Want dat willen jullie niet. En dat willen jullie kinderen ook niet. Gezien hun uitdrukkelijke wens om een vrije keuze niet in de weg te staan. Over het waar en bij wie. Met een week of twee stuur ik jullie elk een concept. Ik raad je aan de paragrafen waar de kinderen belang bij hebben, ook met hen door te nemen. Zo te horen zijn ze competent genoeg om te beoordelen of hun wensen en belangen goed zijn verwoord en weergegeven, Daarna komen jullie bij mij terug en ronden we het af. Het zal voor jullie familie en kennissen zeker zo onverwacht zijn als het voor mij is, Maar die uitleg is jullie verantwoordelijkheid. Nog één ding: als we hier met z'n drieën tot goede afspraken komen, dan is het ook de basis voor een goed geregelde scheiding. En dáár gaat het om. In jullie eigen belang maar vooral in dat van de kinderen. Want die kunnen na de formele scheiding niet meer bij ons aankloppen van dit of dat hadden we toch anders bedoeld. Dat kan dan alleen via de kinderbescherming, En dat is een moeilijk te omzeilen klip in dit water.
