Gerard Reve

(sporthuis centrum)
Rietje had soms van die gezin-verenigende aanvallen. Met z'n allen in twee auto's naar Sporthuis Centrum of zo. Huiswerk mee als dat nog niet af was.
Bij Ludy was dat nooit af. Maar dat herkende ik als ook voor mij normaal. Geen reden trouwens om daar op zo'n dag wèl iets aan te doen. Soms kwam het maandagmorgen deels nog aan de beurt. Als blijk van goede wil. Mits de naast ons hangende kerkklokken zich aan hun slaapverstorende functie te buiten gingen. Maar soms was zelfs dat niet genoeg.
Ludy was daar slimmer in en zat in de auto al voor zich uit mopperen. Zo van: “Nou krijg ik dat boek van Gerard Reve dus helemaal nooit af."
Totdat ik, op bestemming aangekomen, eindelijk zei: "Ik heb nog nooit wat van hem gelezen, laat eens kijken." Met gespeelde onwil liet ze het eindelijk los.
"En wat moet je er dan mee doen?"
"Lezen. Kijken wat je ervan vindt en begrepen hebt. En dat opschrijven. Heb jij dat dan nooit moeten doen?"
"In onze tijd lag het accent veel meer op oude talen en geschiedenis."
"O ja, je zat op het Gym."
"Maar zo moeilijk lijkt het me niet. Het is ook niet echt een dik boek."
"Je zou het eens moeten lezen."
"Ik begrijp waar je naartoe wilt, Luud. Dat vermoedde ik in de auto al."
"En wil je het doen…?" Een vragend lachje was mijn deel.
"Als mama het ermee eens is."
"Dat is ze. Ze wil graag dat ik tijd heb om met de anderen mee te gaan."
"O, ik word er dus weer eens door de dames ingeluisd."
"Zo zou je het kunnen zeggen, ja,"
"Dan zeg ik nog geen ja, maar zal er eerst eens iets van moeten lezen."
"Lief van je." Als Ludy zo iets zei dan leek ze eigenlijk al blij.
Onze vriend Adolf, de accountant, las elk boek van Gerard Reve. Zeker niet uit geslachts verwantschap maar het interesseerde hem nu eenmaal. Als ik dit zou lezen dan wist ik gelijk waar hìj het over had.
Nadat de schare zich in het huisje had geïnstalleerd en Rietje in het keukentje wat aan het voorbereiden was, begon ik dus toch te doen waar ìk eigenlijk de pest aan had: een uittreksel maken van een boek. Het boeide me gelukkig net genoeg om bij de les te blijven. En toen we eind van de middag met z’n allen naar het restaurant gingen had ik het uit.
Ik beloofde Rietje - en dus ook Ludy - om dat uittreksel de volgende ochtend wel te zullen maken. Wat ze er dan verder mee deed moest ze zelf maar weten. Ze kon het moeilijk inleveren met mìjn handschrift.
Hoe en wat ze er dat weekend verder mee gedaan heeft weet ik niet meer.
Een paar dagen later kwam ze heel eerlijk met haar cijfer en het commentaar:
“Een zeven. Met daarachter: een 8 als je het zelf had gemaakt …”
Maart 1985
