Vechtscheidingen
Toen, dankzij de pil, het risico op zwangerschap van het ene op het andere jaar vrijwel tot nul was teruggebracht, onderging de maatschappij ongekende veranderingen. Eerst samenwonen en pas dan wel of geen kinderen. Met als bekroning de vrije keuze om een huwelijk te sluiten na een geslaagde proeftijd. In onze ogen was die ommezwaai een soort wonder dat zich in een paar jaar voltrok.
Helaas, waardoor het aantal scheidingen desondanks nog toeneemt, is in mijn ogen een volslagen raadsel. En nog erger: het aantal vechtscheidingen ligt nu zo rond de zeventig duizend per jaar. Dat betekent bijna anderhalf miljoen diep ongelukkige mensen - vooral vaders - elke tien jaar. Want de moeders kunnen beweren wat ze willen. Ook al is dat duizend maal niet waar. En, oh, wat geloven haar buren, vriendinnen en gezamelijke kennissen dat graag. Soms wil zo’n vader zich niet eens verdedigen daartegen. Want daar zijn kinderen altijd de dupe van. En vanwege hèn heeft hij het juist zo lang volgehouden.
Is dat erg? Ja, dat is verschrikkelijk. Dat is een chronisch knagende, nauwelijks slijtende, mentale marteling die je meeneemt tot aan je laatste snik.
Is daar niet iets aan te doen? Elk nadeel hep se foordeel: ongeveer even zoveel psychologisch geschoolden verdienen een goed belegde boterham aan dit fenomeen. Want de wet laat zich alleen maar handhaven op basis van feiten. En die moeten ook bewezen kunnen worden.
Maar daar ben je er niet mee. Want in geval van een vechtscheiding gaat het voor verreweg het grootste deel om emoties en irrationele gevoelens. Verzinsels, verwijten, verzonnen beschuldigingen.
Woke is een rechtbank zonder rechters en advocaten.
Daar kunnen echte rechters niets mee. De tijd van heksen en brandstapels is voorbij. Dus gaat de chronisch geworden mentale marteling gewoon door. Want ook dàt neem je mee in je graf, dan wel crematieruimte.
8 december 1984.
