Watersport op Erfpacht
Het lijkt wel of gewoon winterweer een soort van nationale ramp is geworden. Met verkeerswaarschuwingen in alle kleuren van de regenboog. Als dat al nodig is dan komt dat òf door de toegenomen drukte òf door het gebrek aan rij-ervaring bij jongere deelnemers. Veroorzaakt door de opwarming van ons planeetje.s
Ik kan mij niet herinneren ooit een rit niet ondernomen te hebben als dat zo was afgesproken. Je ging gewoon wat eerder weg. Omdat extra voorzichtig rijden geboden was. En we ook van jongsaf wisten hoe dat moest. Of rijdt iedereen naar de wintersport ook overal minstens honderdtwintig? Daar niet dan ook hier niet als het niet kan.
Maar wel op pad.
Men aanvaarde het excuus als "sorry ik ben iets te laat" als de gewoonste zaak van de wereld. Maar met water op een bevroren ondergrond ontstond ter plekke ijzel. En we wisten altijd al donders goed dat er dàn eerst moest zijn gestrooid als je ergens goed aan wilde komen.
Dus reden Rietje en ik op zo'n zaterdagse winterdag, na al een week krakende vorst en kans op sneeuw maar niet op ijzel, bij min tien gewoon van Maarssen naar Lemmer. En bespraken daar allereerst wat het zo ongeveer zou moeten worden.
Lemmer zelf sloegen we meteen maar over. Veertig procent oosterburen vonden we toch wat aan de ruime kant. En bovendien waren we al wat beter bekend in omgeving Sneek. Geen probleem qua afstand. Alleen twaalf kilometer verder op de snelweg verderop. Dat is zo gepiept.
Woudsend was voor een forens teveel aan wegen binnendoor en dat gold eigenlijk ook voor Balk en Sloten maar we lieten de makelaar de ruimte om ons te verrassen.
Hij bleek ons huizenhoog te hebben ingeschat of voor dom te hebben gehouden, want in Sloten was het stadhuis te koop.
Dat had veel meer dan een normaal mens zou willen hebben plus enorme achterstand in onderhoud. Om dat te zien hoefde je niet maar binnen. En daarom was het dus ook te koop.
Ik verzocht onze gids om zijn verwachtingspatroon wat bij te stellen waarna hij zijn teleurstelling probeerde te verbergen. Want "hij had nog iets" tussen Joure en Sneek. Dat bleek een soort van verlaten vakantiewoning ten oosten van het Prinses Margrietkanaal. Over de weg moeilijk te bereiken. Uitsluitend via overpad bij een pal ernaast gelegen zeilschool. Ik kon me de zomerse drukte daar goed voorstellen en dat voor de prijs van minstens drie ton aan guldens. Dat was nu ook weer onze bedoeling niet.
Met ons Lemster contact zag ik er eigenlijk geen gat meer in en we besloten via Sneek binnendoor weer terug te rijden naar zijn kantoor. Misschien zagen we op die manier onderweg nog wat.
En het toeval bleek weer eens op onze hand want direct aan de andere kant van het kanaal bleek daar aan de waterkant een hele wijk van vriendelijk ogende puntdaken. Naar later bleek Het Grachtenplan geheten.
Onze metgezel had de moed zowat in z'n schoenen zitten en wilde er eigenlijk niet naartoe. Maar hij had ervoor gekozen om met òns mee te rijden. En wij wilden die wijk aan het water wèl graag eens van wat dichterbij bekijken. En dus reden we naar het dorp Uitwellingerga waar ik ooit eerder was geweest voor een nieuw roer achter onze Impala zeilboot.
Het dorp binnenrijdend kwam meneer makelaar toch tot de ontdekking dat zijn collega in Sneek daar wel iets te koop had maar het ons niet kon laten zien wegens gebrek aan sleutel. Jammer dan.
Het bleek inderdaad een wijk van zevenenvijftig oorspronkelijk voor recreatie bedoelde woningen. Allemaal gebouwd aan speciaal voor de watersport gegraven grachtjes, die weer waren verbonden met het kanaal. Hemelsbreed op nog geen twee kilometer van het Sneekermeer en het Starteiland. Met net daarvoor bakboord uit de Houkesloot als toegang naar Sneek. Daarvoor keek je toen nog op een wegen- en waterkaart. Het werd allemaal steeds mooier vonden Rietje en ik volstrekt eensgezind. En dat was het ook.
Nummer 43 was te koop maar verlaten en op slot.
Geen nood. Ik parkeerde de auto op de Bûtenbaen zo stond op het bordje. En we probeerden uitgebreid aan alle kanten naar binnen te kijken. De architectuur had ook wel wat weg van Rietje's eerdere chaletje aan de Abel Tasmanlaan.
Onverwacht kwam er achter ons een pakweg tien jaar jongere vrouw naar buiten. "Als jullie bij ons even binnen willen kijken… ze zijn allemaal ongeveer hetzelfde, hoor."
Dat wilden we natuurlijk wat graag en Rietje liep er vast heen terwijl ik de makelaar meevroeg, maar hij bleef liever in de auto. "Zonder verwarming wordt ook in een auto gauw koud, hoor." Maar hij wachtte wel op ons en had duidelijk hogere verwachtingen gehad. Zelf weten.
We schoten meteen raak, want in het gangetje stond een paraplubak met hockeysticks. En die hadden we hier al helemaal niet verwacht. Tussen Marga, want zo bleek ze te heten, en Rietje klikte het natuurlijk meteen en we maakten ook kennis met haar Hans. Ze lieten ons het hele huis zien met eigen steiger en zeilschip van bijna tien meter aan de achtertuin. Plus een inpandige garage en groot genoeg voor hun gezin met twee opgroeiende kinderen. Dus voor ons eigenlijk ook ideaal.
Mijn vraag over hoe en waar van het hockeyen maakte de sfeer van de kennismaking compleet. Ze zaten te springen om veteranen. Dus dat kon ook best geregeld worden indien…
Bij koffie en thee kwamen we te weten dat permanente bewoning inmiddels was toegestaan en dat de projectontwikkelaar contractueel was afgekocht door de gezamenlijke bewoners met medewerking van de Rabobank. Met Erfpacht tot 2015. Alle zevenenvijftig bewoners hadden daarmee ook een gezamenlijk belang. Dat bleek nu al wel.
En, zo vertelde Marga die bijna alles leek te weten, eigenaresse Grietje van 43 woonde zelf iets terug aan de Eastwei op nummer 32. Haar man was nog niet zo lang geleden overleden en ze wilde daarom graag terug naar hun kinderen in Alphen. Eigenlijk wilde ze allebei de huizen kwijt, maar moest eerst nog maar zien daar een huis te krijgen wat ze alleen maar zou kunnen financieren indien… Bij mij begon toen al een soort van win-win plannetje vorm te krijgen.
Kortom, we waren beter op de hoogte dan de makelaar toen we hem en de auto kwamen ontdooien. Volgegoten met die informatie hoopte ik de onze inmiddelds ietwat verkleumde metgezel (Lemmer bleek een andere vestiging van dezelfde makelaardij) wat te kunnen opvrolijken. Al keek hij nog niet echt opgewekt toen ik meteen alweer bij 32 stopte. Marga had wel gezegd dat Grietje misschien een middagdutje deed, maar sorry hoor, we kwamen helemaal uit Maarssen en wie wat te koop heeft wil graag verkopen. Dachten Rietje en ik. En dat bleek dan ook zo te zijn.
Ditmaal ging meneer makelaar wèl mee naar binnen en was de verkoop wat ons betreft vrij snel gesloten en op papier gezet voor 162.000 gulden plus de jaarlijkse erfpacht. En na enig onderling overleg zakte de prijs van nummer 43 naar 140.000 gulden. Op voorwaarde dat we beide huizen kochten, maar Grietje de tijd gaven om een andere woning te zoeken en te verhuizen. Binnen een nader te bepalen tijdsbestek. Met verkoopster en koper aan één tafel kreeg de makelaar geen kans, maar zou er wel zijn provisie aan overhouden.
Rietje en ik hadden ons natuurlijk even afgezonderd maar daarbij bleek dat ze allang door had dat we op die manier voor nog eens 20.000 gulden minder onmiddelijk over tenminste één adres konden beschikken. En later zouden kunnen bepalen om die woning al of niet aan te houden voor vaste kinderkamers en/of een freelancekantoor voor mij. Nog afezien van eerder al een reserve aanlegsteiger, want Grietje had geen schip.
Dat we, na onze tijdelijke metgezel, voorzien van het nodige huiswerk, in Lemmer te hebben afgezet, blij en opgelucht terugreden naar Maarssen moge duidelijk zijn. En twee huizen voor de helft van nummer 15 in de Abel Tasmanlaan gaf aan hoezeer de prijzen van koopwoningen in het midden van het land toen nog verschilden van pakweg honderdenvijftig kilometer verderop.
