Watersport met Erfpacht

26-01-2026


Het lijkt wel of gewoon winterweer een soort van nationale ramp geworden is. Met verkeerswaarschuwingen in alle kleuren van de regenboog. Als dat al nodig is dan komt dat òf door de toegenomen verkeersdrukte òf door het gebrek aan rij-ervaring bij jongere weggebruikers. En dus bij gebrek aan echte winters. Zonder twijfel veroorzaakt door de opwarming van ons planeetje.

Ik kan mij niet herinneren ooit een rit niet ondernomen te hebben als dat zo wel was afgesproken. Je ging gewoon wat eerder weg. Omdat bij die omstandigheden extra voorzichtig rijden geboden was. En we ook van jongsaf wisten hoe dat moest. Of blijven onze kikkerland chauffeurs van vandaag de dag in hun oord der wintersport ook alsmaar proberen of 120 dáár haalbaar is? Daar niet dan ook hier niet als het niet kan.
Maar wel op pad.

Men aanvaardde het excuus als "sorry ik ben iets te laat" als de gewoonste zaak van de wereld. Want je wist nooit precies waar en wat er tegen zat. Maar met water op een bevroren ondergrond ontstond ter plekke ijzel. Soms had je er zelfs op kunnen schaatsen. Maar we wisten altijd allemaal donders goed dat er dàn eerst moest zijn gestrooid als je ergens deukvrij aan wilde arriveren. 

Dus reden Rietje en ik op zo'n zaterdagse winterdag, na al een week krakende vorst, en kans op sneeuw maar niet op ijzel, bij min tien gewoon van Maarssen naar Lemmer. En bespraken daar allereerst wat het zo ongeveer zou moeten worden.

Lemmer zelf sloegen we meteen maar over. Veertig procent oosterburen vonden we toch wat aan de ruime kant. En bovendien waren we al wat beter bekend in de omgeving Sneek. Geen probleem qua afstand. Gewoon veertien kilometer snelweg dezelfde snelheid aanhouden. Ofwel één afslag verderop. Dat is zo gepiept.

Woudsend was voor een forens teveel aan bruggen en tweebaanswegen binnendoor. En dat gold eigenlijk ook voor Balk en Sloten. Maar we gaven onze makelaar beleefd de ruimte om ons te verrassen.

Hij bleek ons torenhoog te hebben ingeschat, wellicht op basis van ons meest recente koopgedrag. Hem na enig zoeken ook toen al welbekend via de NVM. Of hij had ons voor te dom gehouden, want in Sloten bleek het stadhuis te koop.

Dat had veel meer dan een normaal mens aan woongenot zou willen hebben. Want woongenot is werk. Plus een enorme achterstand in onderhoud. Om dat te zien hoefde je niet eens naar binnen. En daarom was het nu dus ook te koop.

Ik verzocht onze gids om zijn verwachtingspatroon wat bij te stellen waarna hij zijn teleurstelling tevergeefs probeerde te verbergen. Maar "hij had nog iets" tussen Joure en Sneek. Dat bleek een soort van verlaten vakantiewoning ten oosten van het Prinses Margrietkanaal. Over de weg moeilijk te bereiken. Uitsluitend via overpad bij een pal ernaast gelegen zeilschool. Wat hij er niet bij vertelde kon ik me als zeiler gelukkig toch heel goed voorstellen: de zomerse drukte van zo’n tienerparadijs. En dat voor de prijs van minstens drie ton aan guldens. Dat was nu ook weer onze bedoeling niet. Als een soort van verkoopargument verklapte onze metgezel dat de eigenaar een provinciale Bobo was. Wat wij daarvan beter zouden kunnen worden ontging Rietje en mij ten ene male. Integendeel.

Met ons Lemster contact zagen we er eigenlijk geen gat meer in en besloten ditmaal via Sneek binnendoor weer terug te rijden naar zijn kantoor. Misschien zagen we op die manier onderweg nog wat.

En het toeval bleek weer eens op onze hand want direct aan de andere kant van het kanaal schemerde er richting Sneekermeer een hele wijk vol vriendelijk ogende puntdakjes.

Onze metgezel had nu de moed zowat in z'n schoenen zitten en wilde er eigenlijk niet naartoe. Maar hij had ervoor gekozen om met òns mee te rijden. En wij wilden die wijk aan het water toch echt wèl graag van wat dichterbij bekijken. En dus reden we door het mij bekende dorp Uitwellingerga richting de wijk die, naar even later bleek, het Grachtenplan werd genoemd. 

Plots kwam heer makelaar toch tot de ontdekking dat zijn collega in Sneek daar ook wel iets te koop had, maar dat hij het ons helaas niet kon laten zien wegens gebrek aan sleutel. Jammer dan.

Het bleek inderdaad een wijk van zevenenvijftig degelijke, maar oorspronkelijk voor recreatie bestemde woningen. Allemaal gebouwd aan speciaal voor de watersport gegraven grachtjes, die via via weer waren verbonden met het kanaal. Hemelsbreed op nog geen twee kilometer van het Sneekermeer en daar meteen aan stuurboord het Starteiland. En net daarvóór bakboord-uit de Houkesloot, zijnde hét gastvrije waterentree van Sneek. Om dat te weten keek je toen nog op een weg- en waterkaart. Het leek Rietje en mij er alsmaar mooier op te worden. En dat was het ook.

Koartebaen 1 was te koop maar verlaten en dus op slot.

Geen nood. Ik parkeerde de auto naast het huis. En we probeerden uitgebreid aan alle kanten naar binnen te kijken. Zo met de hand boven je ogen tegen het spiegelen van de ramen. De architectuur had ook wel wat weg van Rietje's eerdere chaletje in Maarssen. Vriendelijk dus. Voor en achtergevel van hout met daartussen solide stenen muren.

Onverwacht kwam de bewoonster van nummer 2 naar buiten. "Als jullie bij ons even binnen willen kijken… ze zijn allemaal ongeveer hetzelfde, hoor."

Natuurlijk wilden we dat graag en Rietje liep er alvast heen terwijl ik de makelaar meevroeg. Maar hij wachtte liever in de auto. "Zonder verwarming wordt het in een auto ook gauw koud, hoor." Maar hij dacht of hoopte kennelijk dat we snel weer terug zouden zijn. Ten onrechte. Zelf weten dus.

We schoten meteen raak, want in het gangetje stond een paraplubak met hockeysticks. En die hadden we hier al helemaal niet verwacht. Tussen Marga, want zo bleek ze te heten, en Rietje klikte het natuurlijk meteen en binnen ook met Hans. Ze lieten ons het hele huis zien met garage en een eigen steiger met hun zeilschip - ongeveer net zo groot als onze Sylmar - aan de achtertuin. En een woning groot genoeg voor hun gezin met twee opgroeiende kinderen. Dus voor ons zeker ideaal.

Mijn informele vraag over hoe, wat en waar van het hockeyen maakte de kennismaking vertrouwd en compleet. Ze zaten te springen om veteranen. Dus ook dat kon uitstekend geregeld worden indien… En over kansen op inburgering gesproken!

Bij koffie en thee kwamen we te weten dat permanente bewoning inmiddels was toegestaan en dat de projectontwikkelaar contractueel was afgekocht door de gezamenlijke bewoners met medewerking van de Rabobank. In 2015 zou de erfpacht zijn afbetaald. Maar dat was toen nog heel ver weg. Alle zevenenvijftig bewoners hadden daarmee ook een gezamenlijk belang. Dat bleek nu al wel. Want een leeg huis betaalt geen erfpacht. 

En, zo vertelde Marga die bijna alles leek te weten, eigenaresse Grietje van Koartebaen 1 woonde zelf iets terug aan de Eastwei op nummer 32. Haar man, een gepensioneerde tandarts, was nog niet zo lang geleden overleden en ze wilde daarom graag terug naar hun kinderen in Alphen. Eigenlijk wilde ze allebei de huizen kwijt, maar moest eerst nog maar zien dáár een huis te krijgen. Hetgeen ze alleen maar zou kunnen financieren indien… Bij mij begon er toen al een soort van win-win plannetje vorm te krijgen.

Kortom, we waren heel wat beter op de hoogte dan de makelaar toen we hem en de auto kwamen ontdooien. Volgegoten met die informatie hoopte ik de onze inmiddels ietwat verkleumde metgezel (Lemmer bleek een andere vestiging van dezelfde makelaardij) wat op te kunnen vrolijken. Al keek hij nog bepaald niet opgewekt toen ik meteen alweer bij nummer 32 stopte. Marga had wel gezegd dat Grietje misschien een middagdutje deed, maar sorry hoor, we kwamen helemaal uit Maarssen en wie wat te koop heeft, wil graag verkopen. Ondanks een verstoord siesta-slaapje. Zo dachten Rietje en ik. En dat bleek dan ook zo te zijn. 

Ditmaal ging onze makelaar wèl mee naar binnen en was de verkoop, dankzij wat wij allemaal al hadden gezien en wisten, wat ons betreft vrij snel gesloten en opgeschreven. Nummer 32 voor de vraagprijs van 162.000 gulden plus de jaarlijkse erfpacht. Maar na enig onderling overleg zakte de prijs van nummer 1 naar 138.000 gulden. Op voorwaarde dat we beide huizen kochten, maar Grietje de tijd gaven om een andere woning te zoeken. Teneinde in alle rust te kunnen verhuizen. Formeel binnen een nader te bepalen tijdsbestek wat ze graag met haar kinderen wilde bespreken. Daar hadden wij uiteraard alle begrip voor. Wel vermoedend wat haar kinderen daarvan zouden vinden met oma nu zo eenzaam in dat verre Friese land. Volwassen kinderen van destijds hadden toen al één ding gemeen met die van nu. En dat is te weinig tijd.
Met koper en verkoopster aan één tafel kreeg de makelaar geen kans, maar zou er wel zijn provisie aan overhouden. 

Rietje en ik hadden ons tussentijds natuurlijk wel even afgezonderd maar daarbij bleek dat ze allang door had dat we op die manier voor nog eens 24.000 gulden minder onmiddellijk over tenminste één adres konden beschikken. En later zouden kunnen bepalen om die woning al of niet aan te houden voor vaste kinderkamers en/of een freelancekantoor voor mij. Nog afgezien van eerder al een reserve aanlegsteiger, want Grietje had geen schip meer. Zo gauw het ijs weer water was zouden we de Sylmar naar Top en Twel kunnen varen. Wéér wat minder aan liggeld dus.

Dat we, nadat we onze tijdelijke metgezel - voorzien van het nodige huiswerk in Lemmer hadden afgezet - blij, opgelucht en vrolijk terugreden naar Maarssen zal niemand verbazen. En twee huizen voor minder dan het halve geld van onze huidige woning op nummer 15 in de Abel Tasmanlaan! Dat gaf eens te meer aan hoezeer de prijzen van koopwoningen in het midden van het land toen nog verschilden van nauwelijks honderdenvijftig kilometer verderop. Op die manier konden we ons ook ontdoen van een fikse hypotheek en tevens nogmaals de keuze aan onze, anders achterblijvende, kinderen laten.

We konden nog net terecht bij Kees en Mieke om deze dag te vieren met een goed glas en een gerecht dat we nu wèl op aten. Liefde kan wel een kéértje zonder eten, maar niet altijd.

Share